Achtergronden en doelen praktijkondersteuning

  In het convenant van juli 1999 hebben het Ministerie van VWS, Zorgverzekeraars Nederland en de Landelijke Huisartsenvereniging besloten tot invoering van praktijkondersteuning op Hbo-niveau in de huisartsenzorg.

Aanleiding hiervoor waren de gewenste intensivering van de huisartsenzorg, de werkdruk van huisartsen en de verwachte toename van de zorgvraag van chronisch zieken binnen de huisartsenzorg.


ontwikkelingen zorgvraag

Uit onderzoeken blijkt het aantal chronisch zieken sterk te gaan toenemen. Daarnaast blijkt de zorgvraag van chronisch zieken naar huisartsenzorg toe te nemen omdat zij langer blijven leven, zij langer thuis blijven wonen en zij minder snel in de 2e lijn behandeld worden.

Voor huisartsen betekent dat niet alleen een kwantitatieve toename van de zorgvraag, maar ook een toenemende complexiteit en een veranderende zorgvraag.

In een situatie dat de werkdruk van huisartsen al erg hoog is en er sprake is van een groeiend tekort aan huisartsen, wordt niet alleen een toename van het aantal medisch-technische handelingen verwacht, maar ook een nieuwe vraag naar voorlichting en educatie, gericht op het voorkomen van complicaties en het omgaan met de gevolgen van de aandoening.
 

project praktijkondersteuning

Het project praktijkondersteuning heeft tot doel om in een periode van 4 jaar bij 80% van de huisartsen praktijkondersteuning op Hbo-niveau te realiseren. De doelen van praktijkondersteuning zijn:

  1. werkdrukverlichting huisartsen
  2. verbetering kwaliteit van zorg
  3. intensivering samenwerking huisartsen.
     

huidige ervaringen

In 2001 zijn bij ruim 450 huisartsen 150 praktijkondersteuners in hun nieuwe functie begonnen. Deze huisartsen melden de volgende ervaringen met praktijkondersteuning:

  1. werkdrukverlichting huisartsen:
    • in het begin vraagt de voorbereiding van praktijkondersteuning en het ‘wennen aan praktijkondersteuning’ een fikse investering in tijd van de huisarts;
    • niet alleen het maken van plannen en het onderhandelen met de regionale zorgverzekeraar(s), maar ook het leren werken in een multidisciplinair team kosten in het begin tijd;
    • ervaren werkdruk neemt geleidelijk af, omdat huisartsen meer grip op de zorg hebben en zij ook weten dat de benodigde zorg wordt verleend;
    • verdere toename van werkdruk door toenemende zorgvraag wordt opgevangen;
  2. verbetering kwaliteit van zorg:
    • de periode is te kort om hierover in het algemeen iets te kunnen zeggen. Onderzoek moet uitwijzen of:
    • complicaties vaker worden voorkomen
    • chronisch zieken beter kunnen omgaan met de gevolgen van de aandoening
    • chronisch zieken de gevraagde aandacht krijgen, en niet tussen wal en schip raken
    • uitkomsten van experimenten en signalen van huisartsen en praktijkondersteuners zijn heel positief.
  3. intensivering samenwerking huisartsen
    • gezamenlijk plannen maken, uitvoeren en evalueren
    • onderlinge afstemming van inhoud & organisatie patiëntenzorg
    • onderlinge afstemming financiën praktijkondersteuning

In de voorbereiding op de start van praktijkondersteuning gaven veel huisartsen bij DHV-praktijkadviseurs aan dat zij praktijkondersteuning willen inbedden in een groter samenhangend geheel. Praktijkondersteuning wordt meer en meer ingezet als één van de middelen om de huisartsenzorg toekomstbestendig te maken.
 

voorziening huisartsenzorg

In het project Toekomstvisie van de LHV / NHG heeft 80% van de (honderden) betrokken huisartsen zich uitgesproken over een ontwikkeling van kleine huisartsenpraktijken richting de "voorziening huisartsenzorg". Een dergelijke voorziening zal bestaan uit (grotere) samenwerkingsverbanden van huisartsen waarbinnen:

  • huisartsen taken onderling verdelen;
  • samenwerking & taakdelegatie binnen het multidisciplinaire team zich verder gaat ontwikkelen;
  • er meer professioneel aandacht zal zijn voor management & beheer van de voorziening / organisatie.

In de voorziening huisartsenzorg zijn onder meer de volgende functies te onderscheiden:

  1. huisarts: eindverantwoordelijkheid voor de zorg en eigen medisch technische handelingen
  2. hbo-praktijkondersteuner: gedelegeerde medisch technische handelingen (andere handelingen dan die tot nu toe aan de doktersassistente gedelegeerd konden worden), en voorlichting & educatie
  3. doktersassistente: gedelegeerde medisch-technische handelingen, administratieve taken, etc.
  4. andere disciplines en hulpverleners, zoals SPV’er, verloskundige, fysiotherapeut, etc.
  5. management & beheer (administratieve en facilitaire taken).

De komende periode zal hieraan verder invulling worden gegeven

 

 
  Start Praktijkondersteuner