| |
'Stoppen
met roken'- advisering in de artsenpraktijk
De vruchtbare
ontwikkeling van de Minimale Interventie Strategie (MIS)
A.N.
Mudde, H. de Vries.
Zo directief als de arts doorgaans medicatie voorschrijft ('drie maal
daags een pilletje'), zo vrijblijvend zijn dikwijls de adviezen op
leefstijlgebied ('het zou beter zijn als u wat minder zou roken'). De
effectiviteit van dit soort adviezen is dan ook laag. In het laatste
decennium werden strategieën ontwikkeld om stoppen met roken advisering door
de arts te verbeteren.
In de westerse
wereld is stoppen met roken de meest effectieve manier om gezondheidswinst
te behalen (US DHHS, 1990). Veel artsen hebben echter de indruk dat hun
adviezen op dit gebied slecht worden opgevolgd.
Een systematische methode om leefstijladviezen af te stemmen op de
specifieke situatie van de patiënt, is het zogenaamde Health Counselings
model (HC). Dit model is toe te passen voor allerlei adviezen over
gedragsveranderingen. Een zeer beknopte uitwerking van dit model is de
Minimale Interventie Strategie (MIS). Hieronder volgt een korte
uiteenzetting van beide methoden.
Health
Counseling
In 1988/89 werd door medewerkers van de vakgroepen Huisartsgeneeskunde en
Gezondheidsvoorlichting van de Universiteit Maastricht het 'health
counseling'-model ontwikkeld (zie overzicht 1).1
Dit model vertoont gelijkenis met het Voorlichtingsmodel van de Stichting
O&O 2. Een principieel verschil is echter dat in het
Voorlichtingsmodel de arts de deskundige is en adviseert, terwijl in het 'health-
counseling'-model de arts gelijkwaardig is aan de patiënt, die de deskundige
is op het gebied van het inpassen van het advies in de eigen leefstijl. Een
ander belangrijk verschil is dat het 'health counseling'-model ervan uitgaat
dat bij een gedragsverandering, zoals stoppen met roken, een aantal fasen te
onderscheiden zijn (zie figuur) 3.
Zo is het mogelijk om de te verstrekken informatie af te stemmen op de fase
waarin de patiënt zich bevindt. Iemand die niet van plan is om het gedrag te
veranderen, dient eerst een afweging van voor- en nadelen van de
gedragsverandering te maken en een besluit te nemen over de verandering. Een
gemotiveerde patiënt daarentegen heeft behoefte aan informatie over hoe de
gedragsverandering uit te voeren. Hierbij kunnen vorige negatieve ervaringen
met het nieuwe gedrag een belemmering zijn die weggenomen moet worden door
bijvoorbeeld andere strategieën te kiezen. Een patiënt die in de fase van
gedragsverandering verkeert, heeft baat bij informatie over hoe vol te
houden en terugval te voorkomen.
Minimale
Interventie Strategie
Uit een verkennende studie van de vakgroep Psychologie van de Universiteit
Twente bleek dat artsen in de drukke praktijk slechts 8 minuten aan stoppen
met roken advisering kunnen besteden 4. Daarom werd door
medewerkers van beide universiteiten een beknopt protocol ontwikkeld voor
toepassing in de huisartspraktijk (zie overzicht 2).
Aan de hand van enkele vragen wordt bepaald in welke fase de patiënt zich
bevindt. Gebaseerd hierop wordt informatie verstrekt en/of met de patiënt
besproken welke strategieën gevolgd zullen worden. Op deze manier wordt zo
efficiënt mogelijk met de tijd van de arts omgegaan. Bovendien kan een
taakverdeling tussen arts en assistente zorgen voor verlichting van de taken
van de arts.
Na enkele pretests werd in een veldexperiment in Twente de effectiviteit
aangetoond. Vervolgens werd door de Universiteiten van Twente en Maastricht
(resp. vakgroep Psychologie en vakgroep Gezondheidsvoorlichting), in
samenspraak met de Stichting Volksgezondheid en Roken en de landelijke
huisartsen koepels NHG en LHV, een strategie ter verspreiding van de MIS
uitgezet.
Tot slot
De ontwikkeling van het hiervoor beschreven Health Counselings model en de
MIS hebben geleid tot bredere toepassingen dan de huisartspraktijk, met
veelbelovende voorlopige resultaten. De principes werden ook toegepast in
schriftelijk voorlichtingsmateriaal, zoals een zelfhulpgids en
advies
op maat via persoonlijke brieven, en in protocollen voor andere
hulpverleners, zoals verpleegkundigen en vroedvrouwen. Bovendien werden deze
strategieën met succes op andere gedragingen toegepast, zoals afvallen en
gezond eten.
|
figuur: Fasen van stoppen met roken (naar Prochaska & DiClemente, 1983) |
 |
|
overzicht 1.Het 'health counseling'-model (naar Gerards, 1993). |
|
stappen
|
fasen van
gedragsverandering
|
doel
|
thema's
|
|
voorbereiding advies |
1. |
bewustwording |
patiënt helpen tot
inzicht te komen hoe gedrag samenhangt met klacht en herstel |
voorlichting over
verband tussen klacht en gedrag |
| 2. |
afweging |
patiënt begeleiden bij
het tot stand komen van een intentie tot verandering |
afweging van voor- en
nadelen van nieuwe gedrag |
| 3. |
besluitvorming |
patiënt helpen bij
besluitvorming over gedragsverandering |
barrières wegnemen:
emoties, vaardigheden, praktische mogelijkheden, etc. |
|
uitvoering advies |
4. |
gedragsverandering |
patiënt helpen bij
uitvoering van gedragsverandering |
ondersteuning:
instructies, afspraken maken, zelfcontrole, etc. |
|
nazorg |
5. |
gedragsbehoud |
patiënt begeleiden bij
behoud van nieuw gedrag |
feedback, hoge risico
situaties opsporen, coping skills aanleren, inpassing in leefstijl |
| 6. |
terugvalpreventie
|
patiënt leren omgaan
met fouten om terugval te voorkomen |
analyseren van fouten |
|
overzicht 2. De Minimale Interventie Strategie (MIS) |
|
stap |
inhoud |
eventuele
taakverdeling |
| 1. |
rookprofiel |
vaststellen motivatie
en mate van verslaving |
assistente |
| 2. |
motivatie |
indien nodig:
vergroten motivatie |
arts |
| 3. |
barrières |
indien nodig: wegnemen
obstakels voor stoppoging |
arts |
| 4. |
stopafspraak |
met patiënt datum
bepalen voor stopdag |
arts |
| 5. |
hulpmiddelen |
uitreiken/voorschrijven van hulpmiddelen, incl. instructies |
assistente |
| 6. |
nazorg |
regelen en verzorgen
van follow-up |
arts/assistente |
Dr. A.N.
Mudde,
wetenschappelijk onderzoeker
Dr. H. de Vries,
coördinator van het onderzoeksprogramma Primaire Preventie van Kanker.
Vakgroep Gezondheidsvoorlichting, Universiteit Maastricht
Postbus 616, 6200MD Maastricht.
Literatuur:
1.
Gerards FM. Health Counseling. In: Damoiseaux V., Van der Molen HT. & Kok GJ.
(red.) Gezondheidsvoorlichting en gedragsverandering. Van Gorkum, Assen.
1993, pp. 353-363.
2. Hoenen JAHJ., Tielen LM. & Willink AE. Zo werkt u met
patiëntenvoorlichting stap voor stap. Uitgeverij voor
Gezondheidsbevordering, Rijswijk. 1988.
3. Prochaska LO. & DiClemente CC. Stages and processes of self-change of
smoking: Toward an integrative model of change. Journal of Consulting and
Clinical Psychology, 1893: 51: 390 395.
4. Kooi L., Boekema AG. & Seydel ER. Huisarts en stoppen met roken. Medisch
Contact, 1989: 43: 1403-1406.
|
|