Meerdere
metingen van de bloeddruk (zie
NHG standaard ‘Hypertensie’)
Deze
metingen vinden plaats volgens
genoemd
schema
door de doktersassistente of de praktijkondersteuner.
Zij voeren de metingen uit zoals
beschreven
in de hierboven genoemde
standaard
De anamnese door de praktijkondersteuner (of huisarts) bevat de volgende punten:
Risicofactoren: roken, diabetes mellitus of HVZ bij ouder, broer of zus <60 jaa
HVZ (myocard infarct, hartfalen, perifeer arterieel vaatlijden en dergelijke) of klachten als angina pectoris, hartfalen en claudicatieklachten of nieraandoeningen
Alcohol- of dropgebruik, medicatie (bijvoorbeeld OAC, corticosteroïden, NSAID’s)
Lichaamsbeweging en sportactiviteiten
Het onderzoek:
Lichamelijk onderzoek
door de praktijkondersteuner:
Hart: ritme, frequentie;
bij overgewicht: lengte en gewicht -> QI
bij claudicatieklachten: perifere pulsaties (in de praktijk: EAI)
door de huisarts:
Hart: auscultatie en palpatie puntstoot (souffle’s)
bij klachten van dyspnoe of dikke benen: CVD en auscultatie longen
Aanvullend:
Bloed:
glucose, creatinine, kalium, cholesterol en HDL cholesterol
Urine:
eiwit in ochtendurine; indien positief: urinesediment (nierlijden en infectie)
|