Doel

Doel van het protocol is eenheid te brengen in en kwaliteit te verhogen van de zorg rond de (potentiële) hypertensiepatiënt door

 

De diagnose

Voor de instelling en controle van de hypertensieregulatie geldt als basis de NHG standaard ‘Hypertensie’.

Van hypertensie is sprake als de diastolische bloeddruk (dbd) > 90 en/of de systolische bloeddruk (sbd) > 140; bij 60plussers zonder HVZ, familiaire hypercholesterolaemie, diabetes mellitis is een systolische bloeddruk van 160 acceptabel. 

De huisarts stelt de diagnose.

Zie protocol diagnosestelling door de praktijkondersteuner.

Daarnaast vindt een risico-inventarisatie plaats door de praktijkondersteuner.

De praktijkondersteuner brengt de patiënt in kaart

 

De behandeling
Nadat de diagnose gesteld is door de huisarts stelt deze de behandeling in.
Het doel hiervan is de bloeddruk volgens de gestelde criteria te verlagen beneden de streefwaarden.
De behandeling bestaat uit voorlichting en niet-medicamenteuze adviezen en zonodig medicatie.

 

De controle

Controles worden uitgevoerd door de praktijkondersteuner
 

Opsporen
Opsporen is primair taak van assistente.

 

Plan van Aanpak

Hier is het plan van aanpak beschreven

 
< Terug

Vooruit >