Aanbevolen wordt het glucosegehalte te bepalen bij mensen met klachten en aandoeningen die het gevolg kunnen zijn van diabetes mellitus, zoals dorst, polyurie, vermagering, pruritus vulvae op oudere leeftijd, mononeuropathie, neurogene pijnen en sensibiliteitsstoornissen.
Daarnaast adviseert de NHG Standaard om diabetes op te sporen door tijdens spreekuurbezoeken driejaarlijks het glucosegehalte te bepalen bij personen met een verhoogd risico op diabetes. Dat zijn personen ouder dan 45 jaar met:
· diabetes mellitus type 2 bij ouders, broers of zussen;
· hypertensie;
· manifeste hart- of vaatziekten; vetstofwisselingsstoornissen;
· etnische belasting zoals onder anderen Hindoestanen;
· obesitas (Quetelet-index hoger dan 27 kg/m2);
· zwangerschapsdiabetes in het verleden of vrouwen die kinderen gebaard hebben met een geboortegewicht van meer dan 4000 gram.
De diagnose diabetes dient gesteld te worden op basis van de criteria in de NHG Standaard
Voorwaarden
De basisvoorwaarde voor opsporen van diabetes is de mogelijkheid om personen met een verhoogd risico te kunnen identificeren. Het is niet het beleid personen actief op te roepen voor een glucosebepaling: het gaat om opsporing tijdens spreekuurbezoeken. Systematisch opsporen tijdens spreekuurbezoeken is alleen goed mogelijk als de geïndiceerde personen een markering hebben die u aan de glucosebepaling herinnert. Verder gelden als voorwaarden:
· adequate voorlichting aan de patiënt over het belang van de glucosebepaling;
· correcte bepaling en interpretatie van het glucosegehalte;
· schriftelijke werkafspraken tussen de praktijkmedewerkers.