Protocol
jaarcontrole
De
controle wordt geregistreerd in het Medicom protocol 'jaarcontrole'.
Indien
gewenst kan de praktijkondersteuner of praktijkassistente eerst een
kwartaalcontrole uitvoeren.
-
Informeer
naar:
-
het
welbevinden;
-
dorst,
veel plassen, jeuk, infecties;
-
visusproblemen;
-
angineuze klachten;
-
claudicatieklachten;
-
tekenen
van hartfalen;
-
sensibiliteitsverlies, pijn of tinteling in de benen;
-
seksuele
stoornissen;
-
het
optreden van verschijnselen die duiden op hypoglykemie;
-
problemen met het volgen van het voedingsadvies;
-
problemen met de therapietrouw voor de medicatie;
-
roken;
-
alcoholgebruik;
-
lichaamsbeweging.
-
Beoordeel
de actuele nuchtere
glucosewaarde geprikt volgens protocol en het glyHb.
Streef naar een nuchter glucosegehalte lager dan 7 mmol/l (capillair
volbloed).Pas zo nodig de medicatie aan.
-
Ga na in
hoeverre het gewicht in de loop van de tijd veranderd is. Geef zo nodig
voorlichting (voeding, bewegen).
-
Meet
de
bloeddruk
volgens protocol.
Als de bloeddruk hoger dan 150/85 mmHg2 is: maak een
afspraak voor een vervolgmeting indien de patiënt niet behandeld wordt
voor hypertensie; pas de medicatie aan indien de patiënt wel al voor
hypertensie behandeld wordt.
-
Verricht
voetonderzoek volgens protocol en geef
voorlichting volgens protocol over de voeten.
-
Inspecteer
bij insulinegebruikers de spuitplaatsen.
-
Als de
lipidengehaltes bepaald zijn: beoordeel aan de hand van de uitslag of de
patiënt in aanmerking komt voor een statine. (Bij patiënten met hart- of
vaatziekten in de voorgeschiedenis of een leeftijd jonger dan 50 jaar en
tevens microalbuminurie als het cholesterolgehalte hoger dan 5,0 mmol/l is
en bij overige patiënten op geleide van de risicotabel.)
-
Bij
patiënten jonger dan 50 jaar met microalbuminurie: behandel met een
ACE-remmer tot de bloeddruk gelijk aan of lager dan 140/80 mmHg is of de
maximale dosering is bereikt.
-
Bij
patiënten met een kreatininegehalte
hoger dan 130 mmol/l en gelijk aan of lager dan 200 mmol/l: bepaal
de
kreatinineklaring volgens formule (Verwijs bij een kreatininegehalte hoger dan 200 mmol/l of
een kreatinineklaring van minder dan
30 ml/min naar een internist-nefroloog. (Overweeg bij een klaring van
minder dan 50 ml/min een eerste consult.)
-
Ga na of
de patiënt jaarlijks naar de oogarts gaat voor fundoscopie of verricht
zelf funduscopie. (In geval van normotensie, een goede glucoseregulatie en
geen tekenen van retinopathie bij voorgaande controle, kan worden
volstaan met tweejaarlijkse funduscopie.)
-
Besteed
aandacht aan
voorlichting volgens protocol.
-
Registreer
de gegevens in Medicom® volgens de eisen.
-
Laat een
vervolgafspraak maken via assistente.
Achtergrond
< Terug |
Vooruit >