Protocol
glucosemeting:
-
Het
glucosegehalte wordt bepaald bij patiënten die in aanmerking komen voor
het opsporen van dia-betes en bij diabetespatiënten die voor controle
komen.
-
Het
glucosegehalte wordt bij voorkeur nuchter bepaald.
-
De
glucosebepaling vindt plaats volgens de volgende instructie:
-
materialen klaar leggen;
-
ga na of
de meter gekalibreerd is voor de te gebruiken teststrips;
-
de
vinger moet schoon en warm zijn (koude handen onder warme kraan laten
houden); niet desinfecteren met alcohol;
-
prik in
de vinger, liefst aan de zijkant van de top (minst gevoelig). Veeg de
eerste druppel bloed weg;
-
wacht
tot spontaan een flinke bloeddruppel verschijnt; stuw de vinger niet;
-
breng de
bloeddruppel op de teststrip;
-
lees het
resultaat af en noteer de waarde;
-
deponeer
het lancet in de naaldencontainer en de gebruikte strip in de
afvalemmer.
-
De
glucosewaarde wordt geregistreerd in het
Medicom protocol (of het Diagnostisch Dossier) met
vermelding van de omstandigheden waaronder de bepaling is gedaan (nuchter
of niet nuchter en bij patiënten die aan zelfcontroles doen, nuchter of
twee uur na de maaltijd). Zo mogelijk wordt de datum vermeld, waarop de
bepaling moet worden herhaald.
< Terug |
Vooruit >