Opsporen via Medicom®

 

Inleiding

De computer geeft de mogelijkheid personen te selecteren die voor een glucosebepaling in aanmerking komen. Voorwaarde is dat de patiëntendossiers zijn voorzien van de relevante ruiters of ICPC-codes.

De selectieprocedures komen overeen met de procedures die nodig zijn om een register te maken van de diabetespatiënten in uw praktijk.

Selecteren

U kunt selecteren op ruiters, ICPC-codes en ATC-codes. Combinatie van deze methoden zal in het algemeen extra personen opleveren. Selecteer alleen personen ouder dan 45 jaar.

1.      Selectie op ruiters:

a.      hypertensie: HY;

b.       hart- of vaatziekten: CV;

c.       hypercholesterolemie: HC;

d.       obesitas/vetzucht: VZ.

Personen met andere risicofactoren (diabetes mellitus type 2 bij ouders, broers of zussen; Hindoestanen; zwangerschapsdiabetes in het verleden of vrouwen die kinderen gebaard hebben met een geboortegewicht van meer dan 4000 gram) kunnen niet worden geselecteerd via ruiters.

2.      Selectie op ICPC-codes:

a.      hypertensie: K86 hypertensie zonder orgaanschade, K87 hypertensie met orgaanschade;

b.       manifeste hart- of vaatziekten: K74 angina pectoris, K75 acuut myocardinfarct, K76 andere/chronische hartziekte, K77 decompensatio cordis, K89 TIA, K90 CVA, K92.1 claudicatio intermittens;

c.       vetstofwisselingsstoornissen: T93;

d.       overgewicht: T82 (Quetelet-index hoger dan 30 kg/m2), T83 (Quetelet-index 27 tot 30 kg/m2);

e.      zwangerschapsdiabetes: W84.2.

Personen met andere risicofactoren (diabetes mellitus type 2 bij ouders, broers of zussen; Hindoestanen; zwangerschapsdiabetes in het verleden of vrouwen die kinderen gebaard hebben met een geboortegewicht van meer dan 4000 gram) kunnen niet worden geselecteerd via ICPC-codes.

3.      Selectie op ATC-code:

a.      vetstofwisselingsstoornissen: C10;

b.       personen met andere risicofactoren kunnen minder goed geselecteerd worden met behulp van ATC-codes, aangezien de medicatie niet altijd specifiek is voor de risicofactor. Personen met hypertensie of manifeste hart- of vaatziekten kunnen als totale groep geselecteerd worden met de volgende ATC-codes: B01 antithrombotica, C01 cardiaca, C02 antihypertensiva, C03 diuretica, C07 bèta-blokkers, C08 calciumantagonisten, C09 ACE-remmers, C10 vetstofwisselingsstoornissen. Zoals gezegd, zijn deze middelen niet altijd specifiek voor hypertensie of hart- of vaatziekten (propanolol wordt bijvoorbeeld ook gebruikt voor migraine). Wilt u op grond van deze ATC-codes derhalve een goed register ‘hypertensie of hart- of vaatziekten’ krijgen, dan dient u handmatig per persoon na te gaan of hij of zij inderdaad bij het register hoort. U maakt het zichzelf gemakkelijker als u voor het handmatig nazoeken eerst met hulp van de computer de personen verwijdert die een ruiter of ICPC-code voor hyperten-sie of hart- of vaatziekten hebben.

Niet alle risicogroepen kunt u met de computer selecteren. Formeel is het niet toegestaan etniciteit te registreren, het geboortegewicht van kinderen zult u waarschijnlijk niet structureel hebben vastgelegd en informatie over de familieanamnese zal niet altijd volledig zijn. De vraag is of u in de toekomst bij alle 45-plussers dit soort informatie zou moeten gaan verzamelen. De NHG Standaard geeft dit niet expliciet als richtlijn; ga dus uit van informatie waar u, om welke reden ook, over beschikt.

Uw selectie zal ook personen bevatten bij wie in de afgelopen drie jaar al een glucosegehalte is bepaald. Als u de glucosewaarden in het Diagnostisch Dossier heeft geregistreerd, kan de computer deze patiënten voor u verwijderen (‘deselecteren’). Geef deze personen wel een follow-up datum (drie jaar na de laatste bepaling, zie verder).

Attenderen

De HIS’en geven de mogelijkheid om patiëntengroepen van een attentieregel te voorzien waarin u een tekst kunt opnemen als herinnering om bij een volgend spreekuurbezoek het glucosegehalte te meten.

Follow-up

Ga na hoe u een follow-up datum aan de meetwaarde kunt koppelen. De computer kan voor personen die een normaal glucosegehalte hebben, aan de hand van de follow-up datum over drie jaar een herinnering geven om opnieuw het glucosegehalte te bepalen. Dit is vooral van belang voor personen die niet via een ruiter, ICPC-code of ATC-code werden geselecteerd.

Herhalen

Herhaal de selecties na drie jaar. Daarnaast kunt u tussentijds bij personen die tot een van de genoemde risicogroepen blijken te behoren (bijvoorbeeld een patiënt bij wie u de diagnose hypertensie stelt), meteen de glucosebepaling en follow-up regelen.

 

 

< Terug | Vooruit >