Doel

Doel van het protocol is standaardisatie en kwaliteit te verhogen van de zorg rond de (potentiële) diabetespatiënt door:

De diagnose

De diagnose wordt gesteld door de huisarts op basis van de diagnosecriteria (NHG Standaard)

Na vaststelling van de diagnose, doet de praktijkondersteuner een risico-inventarisatie.

De patiënt wordt door de praktijkondersteuner in kaart gebracht volgens protocol.
 
Achtergrond
 

 

De behandeling

De behandeling omvat een aantal aspecten:

Achtergrond

 

De controle

De controle vindt plaats in de vorm:

Achtergrond

 

De opsporing

De opsporing vindt plaats volgens de richtlijnen van de NHG Standaard  door assistente en huisarts.

De opsporing in onze praktijken is geregeld door publiceren van een vragenlijst in de wachtkamer en op internet. Bezoekende patiënten wordt gevraagd, als ze voldoen aan de criteria, de vragen te beantwoorden. Wordt minimaal één vraag bevestigend beantwoord, dan wordt geadviseerd een nuchtere bloedsuiker te laten bepalen via de assistente door het invullen van een formulier.

De interpretatie van die bloedsuiker door de assistente (samen met de huisarts) bepaalt het verdere beleid (zie ook invulformulier).

Achtergrond

 

De registratie

De registratie van alle medische gegevens vindt plaats in het EMD (Medicom).

Daarvoor worden de elektronische zorgprotocollen gebruikt:

In de praktijken van de Jouster huisartsen wordt gewerkt met de Medicom zorgprotocollen.
Een voorbeeld is hier te vinden

 

Daar waar geen protocollen beschikbaar zijn worden gegevens zoveel mogelijk via labaanvragen geregistreerd:

Waar nodig zullen medewerkers bijscholing in EMD-gebruik moeten krijgen.

 

Plan van Aanpak

zie hier voor Plan van Aanpak

 

< Terug | Vooruit >