Doel

Doel van het protocol is eenheid te brengen in en kwaliteit te verhogen van de zorg van de COPD-/Astmapatiënt door:

Inventarisatie en opsporing

Inventarisatie door de praktijkondersteuner omvat omvat 2 aspecten:

De diagnose

 

Categoraal spreekuur

Er wordt door de praktijkondersteuner een categoraal spreekuur opgezet voor Astma-/COPDpatiënten. Het spreekuur wordt via een stappenplan opgezet.

Dit spreekuur is bedoeld voor diagnostiek van nieuwe (potentiële) patiënten en voor controle van bestaande patiënten.

De diagnostiek wordt uitgevoerd volgens protocol, evenals de controles.

 

 

 

De behandeling

COPD is een chronische aandoening waarbij de longfunctie versneld achteruit is gegaan. De belangrijkste oorzaak is roken. Roken veroorzaakt, bij daarvoor gevoelige personen, op den duur onherstelbare schade aan de longen waardoor soms al op relatief jonge leeftijd beperkingen in het dagelijks functioneren ontstaan door kortademigheid. Stoppen met roken vertraagt deze versnelde achteruitgang van de longfunctie. Infecties met virussen en bacteriën kunnen tijdelijk een aanzienlijke verergering van de klachten geven. Influenza geeft bij COPD-patiënten een grotere kans op complicaties. Influenzavaccinatie is daarom aangewezen.

Voorlichting is een zeer belangrijk aspect van de behandeling, hiervoor is een stappenplan ontwikkeld

Medicijnen worden bij voorkeur per inhalatie toegediend. Dit wordt besproken en voorgedaan. Medicatie wordt voorgeschreven volgens behandelschema, waarbij de medicatiekeus het formularium, waarin de FTO en FTTO afspraken zijn vastgelegd, volgt. Afgesproken wordt dat de patiënt zijn inhalator(en) meeneemt als hij het spreekuur bezoekt. Bij een verergering van de klachten kunnen patiënten die goed zijn voorgelicht over het gebruik van kortwerkende bronchusverwijders de dosering zelf verhogen tot het geadviseerde maximum. Bij onvoldoende verbetering, bij een aanhoudende verhoogde behoefte aan bronchusverwijders of bij toename van de dyspnoe in samenhang met koorts of algemeen ziekzijn wordt overlegd met de huisarts.

 

De controle

Het doel van de controles bij astma en COPD is te beoordelen in hoeverre het streefdoel van de behandeling is bereikt en of bijstelling van de behandeling noodzakelijk is. In het protocol wordt een voorstel gedaan voor een algemeen controleprotocol, waarbij het uitgangspunt is dat een belangrijk deel van de werkzaamheden door een praktijkondersteuner (PO) kan worden uitgevoerd. Nadrukkelijk wordt erop gewezen dat in dit protocol de streefdoelen voor controle van de astma/COPD-patiënt in algemene zin zijn geformuleerd. Voor de meeste patiënten zullen deze streefdoelen bruikbaar zijn, maar er zijn ook patiënten waarbij ze niet (meer) haalbaar blijken. In die gevallen zullen er individuele streefdoelen moeten worden geformuleerd en vastgelegd.

 

 

De registratie

De registratie van alle medische gegevens vindt plaats in het EMD (Medicom).

Waar mogelijk worden de elektronische protocollen gebruikt:

De volledige COPD/Astma zorg kan protocollair geregistreerd worden.

 

(Daar waar geen protocollen beschikbaar zijn worden gegevens zoveel mogelijk via labaanvragen geregistreerd:

Waar nodig zullen medewerkers bijscholing in EMD-gebruik moeten krijgen.

 

< Terug | Vooruit >