Voorlichting

COPD is een chronische aandoening waarbij de longfunctie versneld achteruit is gegaan. De belangrijkste oorzaak is roken. Roken veroorzaakt, bij daarvoor gevoelige personen, op den duur onherstelbare schade aan de longen waardoor soms al op relatief jonge leeftijd beperkingen in het dagelijks functioneren ontstaan door kortademigheid. Stoppen met roken vertraagt deze versnelde achteruitgang van de longfunctie. Infecties met virussen en bacteriën kunnen tijdelijk een aanzienlijke verergering van de klachten geven. Influenza geeft bij COPD-patiënten een grotere kans op complicaties. Influenzavaccinatie is daarom aangewezen.

Medicijnen worden bij voorkeur per inhalatie toegediend. Dit wordt besproken en voorgedaan. Afgesproken wordt dat de patiënt zijn inhalator(en) meeneemt als hij het spreekuur bezoekt. Bij een verergering van de klachten kunnen patiënten die goed zijn voorgelicht over het gebruik van kortwerkende bronchusverwijders de dosering zelf verhogen tot het geadviseerde maximum. Bij onvoldoende verbetering, bij een aanhoudende verhoogde behoefte aan bronchusverwijders of bij toename van de dyspnoe in samenhang met koorts of algemeen ziekzijn wordt overlegd met de huisarts. 

Randvoorwaarden  
De zorg voor patiënten met astma en COPD kan gedeeltelijk gedelegeerd worden aan een goed geïnstrueerde praktijkassistente of praktijkondersteuner die (een deel van) de volgende taken kan uitvoeren:

 

Niet medicamenteuze advisering  

Stoppen met roken is de belangrijkste stap in de behandeling van COPD. Het verdient aanbeveling hiervoor een gestructureerde aanpak te volgen zoals beschreven in het NHG-DKB-Stoppen met roken cahier. Ter ondersteuning wordt nicotinevervanging geadviseerd. Bij diegenen die niet gemotiveerd zijn of bij wie het stoppen met roken niet lukt, is het zinvol op een later tijdstip opnieuw de motivatie om te stoppen en eventuele barrières te bespreken. Roken door huisgenoten in aanwezigheid van de patiënt valt af te raden.

De praktijkondersteuner geeft adviezen om de lichamelijke conditie te verbeteren (fietsen, wandelen, zwemmen) en houdt daarbij rekening met de interesse en de mogelijkheden van de patiënt. De praktijkondersteuner bespreekt het belang van gezonde voeding. Streef bij overgewicht naar gewichtsvermindering.

Bij alle patiënten met COPD die ondanks optimale medische zorg beperkingen en handicaps blijven ondervinden, verdient het aanbeveling om een revalidatieprogramma te bespreken via verwijzing naar de longarts.

Als er aanwijzingen zijn voor verergering van de klachten door arbeidsfactoren wordt het inschakelen van de Arbodienst besproken in verband met de mogelijkheden tot aanpassingen op het werk of verandering van werk; als door arbeidsfactoren het werk of de loopbaanplanning in gevaar komt, is verwijzing naar de longarts aangewezen.

 

Voorlichting: praktijk

 

Inleiding
In steeds meer huisartsenpraktijken neemt de begeleiding van mensen met een chronische

aandoening een belangrijke plaats in. Voorlichting is een essentieel onderdeel van deze begeleiding. Goede voorlichting:

U heeft meer kans deze doelen ook te bereiken, als voorlichting geen ad-hocbezigheid is maar een systematisch opgezette activiteit. De komst van de praktijkondersteuner zal de mogelijkheden daartoe vergroten. Dit deel helpt u met adviezen en hulpmiddelen om een goed opgezette voorlichting aan astma- en COPD-patiënten in praktijk te brengen: een stappenplan. Dit deel behandelt niet de gespreksvoering zelf. Voorlichting: theorie komt verderop aan de orde. Allen die zich actief met het geven van voorlichting gaan bezig houden wordt geadviseerd dat deel te bestuderen.

 

Stappenplan

Het stappenplan bestaat uit een organisatorische en een inhoudelijke voorbereiding (§1.1 en §1.2). Enkele aspecten van de uitvoering van voorlichting staan beschreven in §2. Bij de uitvoering van de voorlichting kan worden gebruik gemaakt van een Opdracht- en Registratieformulier. Het formulier volgt de indeling van de NHG-patiëntenbrieven en geeft globaal aan welke onderwerpen hierin worden behandeld1. Het formulier kan behalve voor opdrachten en registratie dienst doen als overzicht van onderwerpen die tijdens de voorlichting aan de orde kunnen komen.

 

1 Voorbereiding

 

1.1 Organisatie

Voor de organisatie van de voorlichting kunt u de volgende checklist gebruiken:

Tevoren stelt u vast wie welk deel van de voorlichting op zich neemt. Een vaste taakverdeling is daarvoor niet te geven. Wel is voorlichting bij uitstek een taak die zich goed laat overdragen aan assistente of praktijkondersteuner. Groot voordeel is dat op deze manier voorlichting tot een afgebakende activiteit kan worden gemaakt waarvoor apart tijd wordt ingeruimd. Voorwaarde is wel dat deze tijd dan ook wordt ingepland.

Naast huisarts, praktijkondersteuner en assistente kunnen bij de volgende onderwerpen eventueel personen of instanties van buiten de praktijk een rol spelen bij het geven van voorlichting:

Lichaamsbeweging Fysiotherapeut
Sanering Wijkverpleegkundige, long- of CARA-verpleegkundige
Minimale Inverventie Strategie (MIS) Groepsvoorlichting voor stoppen met roken  : thuiszorg
Inhalatie-instructie  Apothekersassistente

Het is belangrijk dat degene die voorlichting geeft een goede relatie opbouwt met de patiënt (zie verder).

1.2 Inhoud gesprek

U kunt zich inhoudelijk op het voorlichtingsgesprek voorbereiden door de lijst met mogelijke onderwerpen te bestuderen en aan de hand van de NHG-patiëntenbrieven na te gaan wat daar inhoudelijk over gezegd kan worden. Op sommige punten is de informatie in de brieven vrij summier en kunt u zich aanvullend oriënteren via andere bronnen, bijvoorbeeld het materiaal van het Astma Fonds. In specifieke onderwerpen wordt inhalatie van medicijnen en (het gebruik van) de piekstroommeter behandeld. Bij deze onderwerpen krijgt de patiënt behalve uitleg ook instructie. U leest in specifieke onderwerpen welke materialen u nodig heeft en daarnaast krijgt u aanwijzingen voor de instructie.

Enkele onderwerpen, op het Opdracht- en registratieformulier genoemd onder de rubriek ‘overige onderwerpen’ komen niet in de NHG-Patiëntenbrieven aan de orde. Het is afhankelijk van de situatie of en hoe deze onderwerpen ter sprake komen.

 

2 Uitvoering

 

De huisarts bepaalt aan de hand van het Opdracht- en Registratieformulier welke onderwerpen of patiëntenbrieven op dit moment relevant zijn voor de patiënt. De onderwerpen die voor bespreking in aanmerking komen zijn o.a. afhankelijk van:

Als de huisarts de voorlichting overdraagt geeft hij op het Opdracht- en Registratieformulier aan welke onderwerpen door de assistente of praktijkondersteuner moeten worden behandeld. Als er meer onderwerpen relevant zijn dan er in één consult kunnen worden besproken gaat degene die voorlichting geeft na welke onderwerpen prioriteit hebben en wordt een planning gemaakt voor vervolgconsulten.

Voor de techniek van de gespreksvoering kunt u voorlichting: theorie raadplegen.

Voordat een nieuw onderwerp wordt besproken gaat u na of de informatie van de vorige keer is begrepen en of er nog vragen zijn. Zonodig wordt informatie herhaald. Na afloop legt u op het Opdracht- en Registratieformulier vast of de NHG-patiëntenbrief is meegegeven.

Bijzonderheden, bijvoorbeeld ander materiaal dat is uitgereikt of zaken waarop in een volgend consult moet worden teruggekomen, kunnen onder opmerkingen worden genoteerd.