1. Inhaleren van medicatie
Voor het geven van inhalatie-instructie (zie ook hoofdstuk Inhalatie-Instructie) heeft u de volgende materialen nodig:
Informatiemateriaal voor de patiënt (patiëntenbrief R2e, brochure Inhaleren van het Astma Fonds).
Verschillende typen inhalators.
Verschillende typen voorzetkamers.
Inhalatiemedicatie in placebovorm.
Checklist inhalatorgebruik.
Al deze materialen (behalve de patiëntenbrieven) kunt u als pakket bestellen bij het Astma Fonds
onder de naam Inhalatie-instructieset. In deze set zit ook een handleiding met informatie over het
gebruik van de verschillende materialen en protocollen voor inhalatie-instructie en controle van de
inhalatietechniek.
2. Gebruik van de piekstroommeter
Als bij een patiënt in de diagnostiekfase geen reversibiliteit kan worden aangetoond, kan men de patiënt vragen thuis een variabiliteitstest uit te voeren, of zelf een reversibiliteitstest doen op een moment dat er klachten zijn. Verder kan het voor bepaalde categorieën patiënten met ernstig astma zinvol zijn om thuis zelf regelmatig de piekstroom te meten. Al deze patiënten moeten geïnstrueerd worden over het gebruik van de piekstroommeter.
Benodigde materialen:
Het Protocol piekstroommeting, het Protocol variabiliteitstest en het Protocol Reversibiliteitstest met de piekstroommeter.
Instructiemateriaal voor de patiënt om mee te nemen (bijvoorbeeld NHG-Patiëntenbrief R2d of folder Piekstroom meten van het Astma Fonds)
Piekstroommeters
Hiervoor zijn bij volwassenen de ‘Personal best’ en de ‘Vitalograph’
geschikt, bij kinderen de ‘Personal best’, de ‘mini Wright’ en de ‘Micromedical’.
De meters zijn verkrijgbaar via leveranciers van medisch instrumentarium
of via farmaceutische bedrijven.
Registratieformulieren (bijvoorbeeld het kaartje in de folder Piekstroom meten van het Nederlands Astma Fonds).
Zorg ervoor dat u voldoende van bovengenoemde materialen in huis hebt.
Geef de patiënt instructie aan de hand van één van de protocollen.
Leg uit hoe het registratiekaartje moet worden gebruikt.
Geef na afloop de patiënt ter ondersteuning een schriftelijke instructie mee naar huis.
Geef één of zo nodig meer registratiekaartenmee naar huis en vraag de patiënt deze bij het volgende consult mee te nemen.
Geef instructie over het reinigen van de piekstroommeter. (Bij regelmatig gebruik eenmaal per veertien dagen in een handwarm sopje. Daarna uitschudden en pas weer gebruiken als de meter helemaal droog is.)
Met patiënten die aan zelfcontrole doen worden bovendien afspraken gemaakt in welke situaties zij contact moeten opnemen. De afspraken worden schriftelijk vastgelegd.