Inleiding
Voorlichting is ‘bewuste en doelgerichte communicatie’, teneinde de patiënt en diens directe omgeving van informatie te voorzien, die zij ook kunnen verwerken en toepassen.
Het is niet voldoende een bepaalde hoeveelheid informatie, in welke vorm dan ook, bij de patiënt te droppen, er moet sprake zijn van tweerichtingsverkeer. De voorlichter moet openstaan voor wat er in de patiënt leeft, zodat deze kan openstaan voor wat de voorlichter te bieden heeft. Goede voorlichting maakt de patiënt tot compagnon in de behandeling van zijn chronische aandoening.
Voorlichting over astma/COPD beoogt meer dan alleen het geven van informatie of advies aan patiënten met deze ziekte. U wilt ook gezond gedrag bewerkstelligen, waardoor klachten verminderen of worden voorkomen. Het doel van voorlichting is de patiënt te laten inzien dat zijn handelwijze (bijvoorbeeld wel of niet roken, wel of niet medicatie gebruiken) van invloed is op het ziekteproces.
Een andere vorm van voorlichting bij astma/COPD betreft ‘instructie’, bijvoorbeeld over inhalatietechnieken.
Voorlichting, in welke vorm dan ook, maakt een essentieel onderdeel uit van de begeleiding van patiënten met astma of COPD. Een ieder die bij de begeleiding betrokken is zal dus met voorlichtingsaspecten te maken krijgen. Als de voorlichting over diverse functionarissen wordt verdeeld, is het goed dat die van elkaar weten wie voor welk deel verantwoordelijk is en op welke bronnen ieder zich beroept. Dat voorkomt dubbel werk en bevordert de consistentie in de voorlichting, hetgeen vertrouwen zal wekken bij de patiënt.
In dit deel staat de theorie van voorlichting centraal. Degenen die zich daadwerkelijk met voorlichting gaan bezig houden wordt geadviseerd zich verder in het onderwerp te verdiepen door gebruik te maken van de publicaties die verderop worden genoemd en om zich, zo mogelijk in de praktijk te laten trainen.
In Voorlichting: Praktijk wordt aan de voorlichting aan astma/COPD-patiënten concreet inhoud gegeven.
Voorwaarden
Het welslagen van voorlichting is van een aantal zaken afhankelijk:
Degene die voorlichting geeft, moet zich daarin hebben bekwaamd; theoretisch, maar het liefst ook in de praktijk.
De voorlichting dient planmatig (protocollair) en systematisch te worden uitgevoerd. Er moeten afspraken worden gemaakt wie welk onderdeel van de voorlichting verzorgt en wanneer dat gebeurt.
De aard van de relatie die de patiënt opbouwt met degene die hem begeleidt is van belang voor het opnemen van informatie en het aanleren van ander gedrag. Patiënten zijn gebaat bij een motivatiebron, bij emotionele en sociale steun, waardoor zij hun veranderde gedrag ook op lange termijn kunnen volhouden. Dit pleit ervoor dat de voorlichting wordt gegeven door iemand die bij de totale zorg aan astma en COPD-patiënten is betrokken en bijvoorbeeld ook bij de controles een rol speelt.
Voorlichting dient afgestemd te zijn op de patiënt, waarbij rekening wordt gehouden met diens individuele mogelijkheden en beperkingen.
De onderwerpen waarover voorlichting gegeven wordt mogen niet eenmalig aan de orde komen. Belangrijk is dat wat eerder aan de orde is geweest in latere sessies terugkomt. Herhaling is een zeer wezenlijk onderdeel van goede voorlichting.
Mondelinge voorlichting dient te worden ondersteund met schriftelijk voorlichtingsmateriaal waarin de patiënt nog eens kan nalezen wat hem is verteld.
Fasen
Bij de ontvanger van voorlichting zijn een zestal fasen te onderscheiden. Wanneer degene die voorlichting geeft kan onderscheiden in welke fase de patiënt zich op dat moment bevindt, kan (en moet) hij bij het geven van voorlichting daarmee rekening houden.
Alle fasen moeten in de aangegeven volgorde zijn doorlopen voordat een stabiel ander gedragspatroon kan ontstaan. Ten aanzien van de verschillende voorlichtingsonderdelen kan de patiënt, ook tijdens één sessie, uiteraard in verschillende fasen verkeren.
|
Interventies gericht op
openstaan
- stem aard en hoeveelheid van de informatie af op de behoefte van de patiënt. - exploreer de behoefte en de verwachting |
2 - Begrijpen
Gemiddeld genomen
onthouden mensen:
10 % van wat ze lezen
30 % van wat ze zien
50 % van wat horen en zien
80 % van wat ze zelf zeggen
90 % van wat ze zelf zeggen terwijl ze hun woorden ondersteunen met handelingen.
Vermijd medisch of moeilijk taalgebruik.
Presenteer informatie gestructureerd. Benoem daarbij hoofdzaken als eerste.
Veel informatie tijdens één consult kan averechts werken.
Gebruik illustratiemateriaal, bijvoorbeeld een plaatje van de longen, schematische tekening van wat er gebeurt tijdens een astma-aanval, etc.
Ga na of de patiënt de informatie heeft begrepen door het hem in eigen woorden te laten samenvatten.
Gebruik instructiemateriaal (inhalator, voorzetkamer), laat de patiënt er zelf mee werken én laat hem benoemen wat hij doet.
Maak gebruik van op de betreffende voorlichtingssessie afgestemd schriftelijk voorlichtingsmateriaal (zoals de NHG-Patiëntenbrieven) waardoor de gegeven informatie op een ander, rustig moment nog eens kan worden nagelezen.
Vat aan het eind samen.
|
Interventies gericht op begrijpen
- ga na wat de patiënt al weet; - geef de informatie kort en bondig en in eenvoudige bewoordingen; - vat hoofdzaken samen; - laat de patiënt in eigen woorden de informatie samenvatten. |
3 - Willen
In de zorg rond
astma en COPD is demotivatie van de patiënt om zijnleefstijl te veranderen
van groot belang. Motivatie van de patiënt is afhankelijk van wat mogelijk
is en van de mening van de mensen in zijn omgeving. Belangrijk is wat de
patiënt van de informatie vindt en of de patiënt problemen verwacht bij
het veranderde handelen.
In deze fase peilt de hulpverlener die motivatie en voert zo nodig argumenten aan die de voordelen van de verandering benadrukken. (Meestal heeft het benadrukken van de voordelen van een verandering meer effect dan het benoemen van de gevolgen van bestaand gedrag.)
Soms kost het tijd voordat de patiënt gemotiveerd is, zodat deze fase zich mogelijk over meer consulten kan uitspreiden.
|
Interventies gericht op willen
- vraag de mening van de patiënt; - weeg voor- en nadelen af; - bespreek alternatieven. |
4 - Kunnen
Ook als de patiënt
goed gemotiveerd is, kunnen er belemmeringen zijn die veranderingen in de
weg staan. Zo kan het streven naar een rookvrije omgeving worden bemoeilijkt
wanneer gezinsleden en collega’s blijven roken, kunnen de kosten van
sanering te hoog zijn of wil de patiënt de medicatie wel in de
voorgeschreven dosering gebruiken, maar kan hij de noodzakelijke flow niet
genereren.
|
Interventies gericht op kunnen - bespreek problemen bij de uitvoering - bespreek benodigde vaardigheden |
5 - Doen
In deze fase gaat het om het toepassen en uitvoeren van de zaken die bij de
voorlichting aan de orde zijn geweest. De kans van slagen wordt bepaald door
de uitkomst van de vorige stappen, door de complexiteit van de veranderingen
en de vaardigheid van de patiënt om veranderingen tot stand te brengen.
Huisarts en patiënt formuleren samen haalbare en concrete doelen en spreken
kleine stapjes af waarmee de patiënt de adviezen of instructies
daadwerkelijk kan opvolgen.
De kans bestaat dat, nu de maatregelen werkelijk moeten worden doorgevoerd, de patiënt tegen problemen aanloopt die hij niet had voorzien. Er moet ruimte zijn om dat te bespreken.
De hulpverlener kan de patiënt met astma of COPD nuttige tips geven. Een voorbeeld daarvan is het advies om eens met de bedrijfsarts te gaan praten over een rookvrije kamer op het werk.
|
Interventies gericht op doen
- stel concrete en haalbare doelen; - bespreek effecten en moeilijkheden; - geef tips voor de uitvoering. |
6 - Blijven doen
Het is moeilijk om nieuw gedrag vol te houden. Men vervalt gemakkelijk weer in oude patronen. Het is van belang de patiënt regelmatig te vragen hoe het gaat met het opvolgen van de adviezen en daarbij te letten op veranderde meningen en veranderd gedrag. In het kader daarvan is het maken van vervolgafspraken van belang. Bij een eventuele terugval worden de oorzaken daarvan nagegaan.
Probeer te vermijden dat de patiënt het gevoel krijgt gefaald te hebben; zeg bijvoorbeeld: ‘Voor de meeste mensen is het moeilijk om het zo te doen, welke problemen hebt u daarmee?’
|
Interventies gericht op blijven doen
- bespreek wat wel en niet goed ging; - ondersteun zelfmanagement. |
Multidisciplinaire aanpak
Veel disciplines werken samen in de zorg voor patiënten met astma/COPD. Het is verwarrend voor de patiënt wanneer verschillende hulpverleners andere informatie geven over hetzelfde onderwerp. Bij de afstemming van voorlichting is het gebruik van gemeenschappelijke bronnen en het documenteren van wat aan de orde is geweest een voorwaarde. In Voorlichting: Praktijk krijgt u de instrumenten daarvoor aangereikt.