De piekstroom-variabiliteit is het verschil in PEF ná het opstaan en de PEF vóór het naar bed gaan, gedeeld door het gemiddelde van deze waarden x 100 %.
Het is inherent aan de omstandigheden waaronder de gegevens worden verzameld, dat de patiënt de test zelf uitvoert en de meetwaarden aan de arts presenteert, die vervolgens de test interpreteert.
Uitvoering van de variabiliteittest:
Geef de volgende instructies aan de patiënt:
De PEF moet op vaste tijden, direct ná het opstaan en vóór het slapen gaan, worden gemeten;
Bronchusverwijders mogen pas na het meten van de PEF worden toegediend;
Bij volwassenen dienen de metingen op zeven opeenvolgende dagen te geschieden; bij kinderen (> 12 jr) dienen de metingen op veertien opeenvolgende dagen te geschieden.
Registreer van
alle metingen: datum, tijdstip en uitkomst
PEF
Gebruik hierbij eventueel een grafiek (van het Nederlands Astma Fonds),
maar registreer ook de waarden in cijfers. Bij het overnemen van de
waarden in de grafiek worden veelvuldig fouten gemaakt, die zo nog
kunnen worden gecorrigeerd.
Bereken de variabiliteit aan de hand van de formule:
PEF avond - PEF ochtend ___ x 100%
(PEF avond + PEF ochtend)/2
Testresultaat
Volwassenen
In een periode van 7 opeenvolgende dagen op 2 dg > 15% variabiliteit:
verhoogde variabiliteit = test positief
In een periode van 7 opeenvolgende dagen op < 2 dg > 15% variabiliteit:
geen verhoogde variabiliteit = test negatief.
Kind (<12 jr)
In een periode van 14 dagen op 2 opeenvolgende dagen > 30% variabiliteit:
verhoogde variabiliteit = test positief
In een periode van 14 dagen op < 2 opeenvolgende dagen > 30% variabiliteit:
geen verhoogde variabiliteit = test negatief