Dit is het belangrijkste onderwerp uit het gehele protocol!
en wel om de volgende redenen:
Het effect van alle interventies wordt vele malen groter als het de patiënt en zijn huisgenoten
lukt te stoppen met roken.
Indien de patiënt het roken continueert zal een belangrijk deel van het potentiële effect van de therapeutische interventies teniet worden gedaan.
Met het stoppen met roken heeft de astma- en COPD-patiënt de belangrijkste stap gezet in de strijd tegen de aandoening en de complicaties ervan
Met geen enkele andere actie is er zoveel gezondheidswinst te behalen als met het stoppen met roken.
De cijfers
15 % van de rokers ontwikkelt COPD.
90 % van de COPD is met roken geassocieerd.
25-35 % van de COPD-patiënten rookt nog steeds.
65 % van de rokende COPD-ers behoort tot de doelgroep van een interventiestrategie gericht op stoppen met roken. Een kwart van hen bereidt een stoppoging voor en driekwart aarzelt erover.
Een goed begeleide stoppoging leidt in ongeveer 18% tot succes na 1 jr. en er zijn aanwijzingen dat die cijfers nog wat gunstiger liggen in de COPD-groep.
19 NHG-Standaarden bevatten de aanbeveling het roken te staken, waarmee aangegeven wordt dat het stoppen met roken voor de algemene gezondheid en bij vele aandoeningen van evident belang is. De prikkelende stellingen hierboven worden daarmee nadrukkelijk onderschreven.
Methoden
Zoals zo vaak in de geneeskunde neemt het aantal toegepaste methoden om een bepaald doel te bereiken toe naarmate het succes van de verschillende methoden kleiner is. Het is dus niet verwonderlijk dat er voor het stoppen met roken vele strategieën zijn, want geen der methodes kent hoge succespercentages. Naarmate de observatieperiode toeneemt neemt het percentage volhouders af.
Aversie- en hypnotherapieën, acupunctuur en anxiolytica zijn niet effectief gebleken. Wisselende succespercentages worden gemeld van de vele gedragsmatige benaderingen (individueel en in groepsverband), van zelfhulp en van farmacologische interventies. Gecombineerde strategieën hebben een hogere werkzaamheid dan enkelvoudige.
De Minimale Interventiestrategie ten behoeve van Stoppen met roken (MIS) is een methode om met een minimale investering aan tijd een maximaal effect te sorteren. De methode kan ook geïntegreerd worden toegepast in de consultvoering naar aanleiding van een ander onderwerp. Een deel van, of de gehele MIS, kan worden toevertrouwd aan praktijkmedewerkers. Zo kan het opstellen van het rookprofiel en het peilen van de motivatie heel goed door de doktersassistente worden gedaan. De Nederlandse Vereniging voor Doktersassistenten heeft daarvoor een project (zie adressenlijst). De rest van de MIS, met uitzondering van eventuele receptuur, is goed door de praktijkondersteuner uit te voeren.
Er zijn een aantal door het NHG ondersteunde of ontwikkelde producten over het roken.
MIS
De mis verloopt volgens het stroomdiagram.
De bevindingen worden op de interventiekaart bijgehouden.
Benodigdheden:
Interventiekaart
Hierop kunnen een aantal zaken worden genoteerd zoals:
Actueel rookgedrag
Motivatiestatus
Aanwezige barrières
Stopafspraak en de daarbij uitgereikte hulpmiddelen
Gids Stoppen met roken
Deze gids wordt uitgereikt aan de patiënt die men een stopadvies geeft. Het is de bedoeling de patiënt te wijzen op het hoofdstuk dat van belang is voor de stap/fase (motivatie, barrières, enz.) waarin hij/zij zich op dat moment bevindt.
Medicatie
Er staan ons een aantal medicamenten ter beschikking die de stoppoging van de patiënt zouden kunnen ondersteunen en geïntegreerd kunnen worden in de MIS. Ter onderdrukking van de onthoudingsverschijnselen kan nicotine langs een andere dan de gebruikelijke weg worden toegediend (pleister, kauwgom, (zuig)tablet of inhalatievloeistof). Amfebutamon zou het onthoudingssyndroom beïnvloeden en effectiever zijn dan de nicotineproducten. Geen van deze producten kan het stellen zonder de krachtige motivatie van de patiënt. Uiteindelijk raken patiënt en dokter gefrustreerd, als medicamenten de plaats gaan innemen van motivatie.
De wil gaat vóór de pil.