Inhalatie-instructie

 

Vormen van inhalatie

Bijna alle geneesmiddelen in de behandeling van astma/COPD worden door middel van inhalatie toegediend. Die geneesmiddelen worden met behulp van een fijn poeder of een vernevelde vloeistof in de longen gebracht. De mate waarin de geneesmiddelen de longen bereiken bepaalt voor een belangrijk deel de werkzaamheid van het middel. Die longdispositie is weer in belangrijke mate afhankelijk van de deeltjesgrootte. Bij correct gebruik is de longdispositie van medicijnen toegediend via een poederinhalator beter dan via een aërosol zonder voorzetkamer.

Er zijn een groot aantal verschillende apparaten in de handel die allemaal hun specifieke voor- en nadelen en bedieningsinstructies hebben.

Inhalatie-instructies/-techniek

Door tijdens het inhaleren iets achterover te buigen wordt de bocht van mond naar luchtpijp minder scherp. Er vliegt dan minder medicijn ‘uit de bocht’ en meer bereikt de longen.

De hoestreactie, die kan optreden als gevolg van het plotseling afvuren van een wolkje vloeistof bij de vernevelaars, wordt soms minder als men voor het inhaleren een slokje drinkt.

Na het inhaleren van corticosteroïden moet de mond worden gespoeld om de kans op schimmelinfecties zo klein mogelijk te maken (het water uitspugen!).

Kleine kinderen verzetten zich in het begin nogal eens tegen het toepassen van voorzetkamers. Als men ze laat spelen met (onderdelen van) de voorzetkamer neemt dit verzet vaak snel af. Ook het inhaleren voor een spiegel kan helpen. Het is goed te bedenken dat huilen een krachtige luchtstroom genereert en de inhalatie van de medicijnen uit de voorzetkamer alleen maar ten goede komt. Over het algemeen leert het kind de positieve effecten van inhaleren snel onderkennen en zal het zijn verzet opgeven.

De informatie uit dit hoofdstuk vindt u ook in de brochure Inhaleren van het Nederlands Astma Fonds. Deze kunt u aan de patiënt mee naar huis geven. In een minder uitgebreide vorm vindt u informatie over inhaleren in de NHG-Patiëntenbrieven (R1e, R2e).