Diagnosecriteria

 

Astma

 

Astma;

er is sprake van astma bij patiënten met periodiek optreden van dyspnoe, piepen op de borst en/of (produktief) hoesten bij wie reversibiliteit op bronchusverwijders is aangetoond.

Een verhoogde piekstroomvariabiliteit ondersteunt de diagnose astma. Als er (uitsluitend) tijdens of na lichamelijke inspanning dyspnoe of piepen optreedt, is er sprake van inspanningsastma.

 

Astma met persisterende bronchusobstructie

is een vorm van astma waarbij ondanks reversibiliteit op bronchusverwijders geen - spirometrisch bepaalde - normale longfunctie bereikt wordt, ook niet na een diagnostische steroïd-test.

Een allergische oorzaak

is aannemelijk bij patiënten met astma met:

Voor het verdere beleid wordt verwezen naar de NHG-Standaard Astma bij Volwassenen: Behandeling.

 

 

 

COPD:

 

De diagnose COPD wordt gesteld bij patiënten met vrijwel voortdurend dezelfde klachten van dyspnoe en/of hoesten al dan niet met slijm opgeven gecombineerd met:

Differentiaal diagnostisch zijn een aantal - niet uitputtend beschreven- aandoeningen van belang:

COPD wordt op den duur vaak gecompliceerd door hartfalen. Zie voor de differentiaal diagnostische problemen bij COPD en hartfalen de desbetreffende paragrafen in de NHG-Standaarden Hartfalen en de NHG-Standaard COPD: Behandeling.

De diagnostiek en behandeling van andere oorzaken van hoesten of dyspnoe zoals sinusitis, aandoeningen van larynx of farynx, pneumonie, hyperventilatie of gastro-oesofageale reflux vallen buiten het bestek van deze standaard (zie ook de NHG-Standaarden Sinusitis en Acute keelpijn).