Checklist categoraal spreekuur
Voordat u van start gaat met een categoraal spreekuur is het verstandig de onderstaande lijst langs te
lopen en op de betreffende plaatsen in te vullen of af te vinken.
Omvang van de doelpopulatie.
Astma ..........
COPD ..........
Totaal .......... (A)
Indien één van drie bovenstaande gegevens in de praktijk niet bekend is kan men hiervan een schatting maken op basis van de prevalentie cijfers in de huisartsenpraktijk: 13/1000 voor astma en 12-20/1000 voor chronische bronchitis en emfyseem. Van belang is daarbij dat de patiënt met intermitterend astma volgens het controleprotocol alleen op eigen initiatief zal worden gecontroleerd. De groep met intermitterend astma is ongeveer de helft van de totale astma/COPD populatie. Ook is een aantal patiënten met ernstige klachten onder behandeling van de (kinder) longarts.
Aantal benodigde verrichtingen.
Consulten HA = A/2 x 10 min = .........
Consulten PO = A/2 x 30 min x 2.5 = .........
Er wordt hier uitgegaan van een controle per jaar door de HA , en 2.5 door de praktijkondersteuner. Het totaal aantal patiënten met astma/COPD wordt door twee gedeeld omdat er van uit gegaan wordt dat niet meer dan de helft van de totale populatie voor regelmatige controle in aanmerking komt.
PEF = ... x 05 min = .........
Spirometrie = ... x 15 min = .........
Bij de opzet van het spreekuur kan het zijn dat een relatief groot gedeelte van de COPD gecodeerde patiënten alleen omwille van de verfijning van de diagnostiek de ICPC-codering R95 (COPD) dragen. Bij een groot deel van hen zal dus eenmalig een spirometrie gedaan worden, waarna de indicatie vervalt.
Een deel van de spirometrische onderzoekingen zou kunnen zijn geïncorporeerd in item
Reversibiliteitstest = ..../2 x 25 min (x 1/4) = .........
Het lijkt redelijk te veronderstellen dat alle patiënten met persisterend astma, voor een goede klassering eenmalig een reversibiliteitstest ondergaan. Het gehele bestand behoeft niet in het eerste jaar doorgemeten te worden (maar bijvoorbeeld in vier jaar). Als de volledige populatie in kaart is gebracht betreft het voornamelijk nog de nieuwe patiënten.
Inhalatie-instructies = ..../4 x 10 min = .........
Bij het niet behalen van de streefdoelen voor de behandeling dient de inhalatietechniek gecontroleerd en eventueel (opnieuw) geïnstrueerd te worden. Bij het voorschrijven van voor de patiënt nieuwe vormen van inhalatiemedicatie moet er een instructie worden gegeven. Een kwart van het totale bestand jaarlijks instrueren, waarvan wordt uitgegaan in de bovenstaande formule, berust op een tamelijk ruwe schatting.
Allergietest (huidpriktest) = ..../5 x 30 min = .........
De tijdsinvestering in dit item is sterk afhankelijk van de status van de praktijk. Het kan zijn dat er nog een ruim aantal aan moet worden toegevoegd van patiënten die voorlopig, maar onterecht in de COPD-groep waren ondergebracht. Bovendien zal deze test (eventueel ook tijdens het categorale spreekuur) veelvuldig worden gebruikt voor patiënten die (nog) niet als astma/COPD - patiënt zijn geregistreerd. Denk daarbij aan allergische rhinitis.
Voorlichting = ....x aantal sessies x 30 min= …….
Het is bijzonder lastig een schatting te maken van de tijd die aan voorlichting besteed zal gaan worden. Niet alleen het aantal onderwerpen waarover voorlichting wordt gegeven is daarvoor bepalend, maar ook het aantal keren dat men een onderwerp terug laat komen op een voorlichtingssessie. Duidelijk is wel dat de tijdsinvestering substantieel kan zijn, ervan uitgaande dat alle patiënten ervoor in aanmerking komen en een voorlichtingscontact 20-30 minuten in beslag zal nemen.
Huisbezoek = ..../2 x 60min (1/4) = .........
De WOK-studie toonde aan dat bijna de helft van de patiëntencontacten van de PV visites betrof en dat daarmee eveneens bijna 50% van de arbeidstijd is gemoeid. Het gehele bestand in het eerste jaar bezoeken lijkt geen reële optie. Een kwart van de patiënten met een persisterend astma of COPD op jaarbasis is wellicht wel reëel en haalbaar.
Benodigde spreekuurtijd
Huisarts
=
uitkomst ........
Praktijkondersteuner
=
totale tijdsbelasting van de aan de PO gedelegeerde
taken
........
Assistente
=
totale tijdsbelasting van de aan de assistente gedelegeerde taken
........
Aantal te organiseren spreekuren/jaar .....…
De spreekuren moeten voldoende frequent zijn om voor de patiënten aantrekkelijk te zijn en om de medewerkers hun vaardigheden te laten behouden. Eén- tot tweemaal per maand een dagdeel lijkt op basis van bovenstaande cijfers voor een normpraktijk een redelijke en ook haalbare frequentie.
Duur van het spreekuur
Huisarts = C/Dhuisarts = ....….
De huisarts dient tijdens het categorale spreekuur in de praktijk op afroep aanwezig te zijn (zie K). Bovendien moet de praktijkondersteuner, op basis van spreekuurbevindingen, altijd naar de huisarts kunnen doorsturen. Het lijkt dus niet verstandig het spreekuur van de huisarts helemaal vol te plannen.
Praktijkondersteuner = C/DPV = ..........
Assistente = C/Dass. = ..........
Eigen agenda per medewerker.
Synchronisatie van de agenda’s.
Een categoraal spreekuur verliest voor een patiënt snel zijn aantrekkelijkheid als er na een spirometrie of ander onderzoek lang moet worden gewacht voordat er plaats is op het spreekuur van de praktijkondersteuner of de huisarts.
Spreek-/onderzoekkamer voor alle medewerkers.
Beschikbaarheid (voor overleg) van de huisarts tijdens de spreekuren van de andere medewerkers.
Protocol voor alle overgedragen handelingen.
Controle en oproepsysteem.
Structureel werkoverleg.
Hieraan zal door alle hulpverleners deelgenomen moeten worden. Zeker in het begin van het
werken met categorale spreekuren zullen er nog veel aanloop- en afstemmingsproblemen zijn.
Het valt dus te overwegen in het begin ieder spreekuur te besluiten met overleg. Het doel van het overleg kan dan tweeledig zijn; enerzijds evaluatie van de spreekuurorganisatie, anderzijds inhoudelijk patiëntenoverleg/overdracht.