Inleiding
In dit deel komen een aantal mogelijkheden aan de orde om de patiënt op allergieën te onderzoeken. Men kan ervoor kiezen dat onderzoek uit te besteden, maar de huidpriktesten lenen zich ervoor om in eigen beheer uit te voeren. De resultaten van het onderzoek doen niet onder voor de Multi-Rast, het materiaal is relatief goedkoop (volledige testbatterij voor ongeveer € 100), de uitvoering van de test is goed over te dragen aan ondersteunend personeel. Bovendien is het een test die zeer tot de verbeelding van de patiënt spreekt.
Gezien de tijdsinvestering (ongeveer dertig minuten) is het natuurlijk wel voorwaarde dat de test declarabel is.
Achtergrond
Voor het verrichten van allergieonderzoek staan ons een aantal, min of meer gelijkwaardige, methoden ter beschikking:
RAST (Radio Allergo Sorbent Test). Een serologische test op de aanwezigheid van specifieke IgE-immunoglobulinen. Bij de Multi-Rast (bijvoorbeeld Phadiatop7) worden een aantal allergenen gelijktijdig getest, zodat bij een positief testresultaat verdere nuancering via Specifieke Rast noodzakelijk is. Het laboratoriumprotocol voorziet over het algemeen in het doortesten na een positieve Multi-Rast. De standaard beveelt in geval van astma aan door te testen op huisstofmijt en eventueel huisdieren (kat, hond, knaagdieren, paard) indien daarvoor een verdenking bestaat.
Huidtest
Prik- of
krastest
De hierbij gebruikte allergeenconcentratie is een veelvoud van die bij
de intracutane test.
Intracutane test
Inhalatie-provocatietest
Er is een goede correlatie tussen de resultaten van de tests.
Op grond daarvan is er geen voorkeur uit te spreken voor een van de tests, maar voor toepassing in de huisartsenpraktijk komen alleen de Rast en de prik-/krastest in aanmerking.
Voor beide geldt dat de sensitiviteit (positieve test bij zieken) heel hoog en de specificiteit (negatieve test bij niet-zieken) heel behoorlijk is. Wel zijn de tests nogal eens vals positief. Anders gezegd: iemand die allergisch is, zal bijna altijd een positief testresultaat laten zien, maar een positief testresultaat wil nog niet zeggen dat iemand ook echt allergisch is. Daarmee wil dan tevens gezegd zijn dat de anamnese van groot belang is bij, zo niet het fundament is van, het allergieonderzoek. De resultaten van de tests zullen altijd moeten worden geïnterpreteerd tegen de achtergrond van gegevens uit de anamnese.
Inzet allergieonderzoek
In de standaard wordt aanbevolen aanvullend allergologisch onderzoek te doen als de diagnose astma is gesteld en wel door te testen op huisstofmijt en eventueel huisdieren (kat, hond, knaagdieren, paard) indien daarvoor een vermoeden bestaat. Daarmee wordt nagegaan in hoeverre maatregelen ter vermindering van de blootstelling aan allergenen zinvol zijn.
Het hier behandelde allergieonderzoek is echter breder inzetbaar dan voor astma alleen, en zal ook zijn diensten kunnen bewijzen bij de veel voorkomende pollenallergie. Met het oog daarop is een pollenkalender toegevoegd.
Hieronder krijgt u hulpmiddelen aangereikt bij het uitvoeren van zowel de anamnese als de huidtest.
Anamnese
Bij het allergieonderzoek wordt in eerste instantie gezocht naar aanknopingspunten in de anamnese die op een allergie zouden kunnen wijzen. Ter ondersteuning van anamnestisch verkregen vermoedens kan één van bovengenoemde tests worden uitgevoerd.
Het verergeren van de klachten onder invloed van bepaalde omstandigheden pleit voor de aanwezigheid van allergie.
Zulke aanknopingspunten zijn het optreden van klachten:
in een vochtige en stoffige omgeving als uiting van een huisstofmijtallergie;
onder invloed van de seizoenen als uiting van een pollenallergie;
bij de aanwezigheid van huisdieren.
Let erop dat u bronchiale hyperreactiviteit niet als allergie duidt. Hyperreactiviteit wordt gedefinieerd als het reageren met bronchusobstructie op niet-specifieke prikkels (rook, stof, mist, kou) waarop gezonden niet met bronchusobstructie reageren.
De pollenkalender kan helpen bij de anamnese en het eventueel daarna specifiek testen van de reactie op bepaalde allergenen.
Een volledig anamneseformulier kan gebruikt worden om de anamnese in kaart te brengen. Hier zijn de stoffen (bronnen) te vinden waarop de patiënt met één van de in de anamneselijst genoemde beroepen mogelijk reageert (tabel beroepsastma).