Voordat het overleg (in de zaal van de
voormalige Tweede Kamer) start, begeleidt mevrouw drs. G.E.M. Tielen,
Directeur Curatieve Zorg, minister Hoogervorst van VWS naar onze eigen
LHV-voorzitter Bas Vos in het midden van de zaal. Voor een kennelijk
eerste kennismaking. Daarbij is ook Dir. Generaal Gezondheidszorg,
drs. M.J. van Rijn, aanwezig. Bas Vos wordt o.a. vergezeld door
medebestuursleden, Hans van Santen, Anjo Beek en Pam de Soete. Ook
LHV-directeur mevr. H. Baasbank en enkele medewerkers geven acte de
présence.
De handdruk tussen de robuuste grijze
LHV-voorzitter en de veel kleinere gestalte van de jonge minister van
VWS, drukt mogelijk een betekenisvolle start uit. De start van een
episode waarin de Nederlandse huisartsen door strijdbaarheid,
onverzette-lijkheid en professionele overtuigingskracht, de
huisartsenzorg voor de toekomst veilig zullen stellen.
Voor het overleg zijn 2 uur gepland.
Voorzitter mevr. Erica Terpstra geeft weinig ruimte voor discussie
maar leidt het overleg correct als een ‘gezellige’ meet-the
minister-conference met als onderwerp: de Huisartsenzorg.
Aanwezige kamerleden: Agnes Kant
[SP], Evelien Tonkens [Gr.L.], Khadija Arib [PvdA], Bas vd Vlies
(SGP/CU), Edith Schippers (VVD) en Siem Buijs (CDA). Woordvoerders van
D66 en LPF ontbreken.
OVERLEG
Tonkens Gr.L: is
teleurgesteld over het ontbreken van een beleidsvisie huisartsen-zorg
voor de langere termijn, bij de minister. Sturing ontbreekt. In het
verleden zijn door het ministerie veel te lage ramingen voor instroom
naar de opleidingen gehanteerd. Gr.L. vindt concurrentie tussen
huisartsen een “mal idee” dat nergens op slaat. Het wil meer
financiële steun, een hogere toeslag voor achterstandswijken.
Gemeentelijke overheid moet zich actiever opstellen bij het
vestigingsbeleid bijv. door het plannen/aanbieden van geschikte
praktijkruimten voor eerstelijnszorg.
Arib PvdA: Ondanks
de acties die de huisartsen voerden zijn er eerder meer dan minder
problemen gekomen. De hoofdinspecteur VG, de heer Kingma, noemde de
huisartsenzorg in zijn recente jaarverslag ‘stuurloos’. Kingma uitte
ook kritiek op de bereikbaarheid van de huisarts en op de invoering
van 0900 nummers.
Door de te lage instroom wordt een
tekort aan huisartsen van 20% voorspeld. Waarom vertrekken er
voortijdig huisartsen (net als verloskundigen). Wat doet de minister
hieraan? De toegankelijkheid van de HDSsen is vaak onvoldoende: veel
bellen en “meer belangstelling voor het verzekeringspasje dan voor je
klachten”
Er moeten kwaliteitskriteria komen
voor de ANWposten. Er is teveel gesteggel bij ZV’s over de ANWD.
De POH zit in de gevarenzone en Arib
wil antwoord op vragen die ze hierover eerder gesteld heeft. “De
minister gedraagt zich als een boekhouder die met de botte bijl 20
miljoen euro bezuinigen wil op de HDS. Wat zijn daarvan de gevolgen
voor de toegankelijkheid en kwaliteit van zorg in ANW?”
De PvdA pleit voor invoering van
Tabaksblat. Het ziet individuele contracten zoals de NMa dat wil niet
zitten. Het wil waarborgen voor de toegankelijkheid en kwaliteit van
huisartsenzorg, nu en op termijn.
Schippers VVD: Er
dient betaalbare en beschikbare huisartsenzorg te zijn. Veel problemen
de laatste tijd. Financiering, wetgeving is een lappendeken. Er zijn
maatregelen en reparaties vereist. Door uitstel van keuzen in de
financiering in het verleden moeten die keuzes nu alsnog worden
gemaakt. Welke financiering stelt de minister voor? Deze financiering
dient te voldoen aan: flexibiliteit, diversiteit,
patient-vriendelijkheid en er dient een motiverende werking van uit te
gaan.(?)
Welk pakket maatregelen, welke
verantwoordelijkheidsverdeling stelt de minister voor? Hoe wordt
knellende regelgeving gesnoeid? Zouden ook de verpleeghuis-artsen geen
verwijsfunctie moeten krijgen? Dient de praktijknorm niet te worden
aangepast? Kwaliteit en bereikbaarheid van de huisartsenzorg moeten
gegarandeerd worden. Het is voor de VVD niet acceptabel dat het tussen
partijen afgesproken budget van 68 miljoen euro voor de ANWD in
HDS-verband “zomaar kan worden overschreden”. De verantwoordelijkheid
hiervoor moet duidelijk gemaakt worden zodat maatregelen mogelijk
zijn.
Van der Vlies [SGP/CU]:
Er is een integrale beleidsvisie nodig. In de modernisering van de
huisartsenzorg dient het belang van de patiënt centraal te staan. Uit
de notitie Bouwstenen Zorg in de buurt wordt duidelijk dat het
perspectief voor patienten is afgenomen. Toch moet de bereikbaarheid
van huisartsenzorg verbeteren. Met name op het platteland is soms
sprake van verschraling in de zorg. Kostenbeheersing is daarbij niet
het enige dat van belang is. De lokale huisartsenzorg dient hoog op de
gemeentelijke agenda te komen staan. Welke oorzaken zijn er voor het
hoge aantal deeltijdwerkers in de huisartsenzorg? En waarom worden
nieuwe vestigingen opgeschort? Het aantal waarnemers neemt toe en dat
is geen goede zaak voor de kwaliteit van de huisartsenzorg. De SGP/CU
vraagt aandacht voor herschikking van taken bij een toename van het
huisartsentekort.
Buijs CDA: In het
verleden zijn veel positieve woorden geuit over de Nederlandse
huisartsenzorg. Maar ondertussen is na 2 jaar het advies van de
Commissie Tabaks-blat nog steeds niet gerealiseerd. De huidige
verbrokkelde honoreringsstructuur van de huisartsenzorg is zeer
ongewenst. Buijs bepleit een snelle realisatie van Tabaks-blat: liefst
vňňr 1 juli. Hij vindt dat ook de andere toezeggingen uit het verleden
dien-en te worden nagekomen: realisatie van de lokale component,
compensatie van de gestegen AO-premies ed. Het moet snel, vňňr 2004,
duidelijk zijn hoe de huisartsen-zorg zal worden veilig gesteld. Hij
bepleit de presentatie van één nota met daarbij het prijskaartje van
“Bouwstenen Zorg in de buurt”.
De huidige capaciteitsproblemen in de
huisartsenzorg zijn niet alleen een ‘imagopro-bleem’. Werken aan het
imago is onvoldoende om het huisartsentekort op te heffen.
Hij pleit voor een nieuw
bereikbaarheidscriterium omdat met name ouderen veel problemen hebben
met de bereikbaarheid van de zorg. Destijds is het 15 min. criterium
bij de huisartsen verdwenen maar binnen de visie op ‘ketenzorg’ dient
er een nieuw bereikbaarheidscriterium gedefinieerd te worden.
Apotheekhoudende huisartsen worden in hun bestaan bedreigd doordat
kleinschaligheid wordt gestraft en grootschaligheid wordt beloond. Dat
is een rare ontwikkeling.
De NMA vereist onderhandeling tussen
individuele huisartsen en zorgverzekeraars. Dat is onzin en dat
probleem moet worden opgelost. De minister komt met een
efficiencykorting voor zorgverleners. En dat terwijl de huisartsen nog
wachten op hun inkomensherijking en realisatie van de lokale
component. Ook de efficiencykor-ting op HDS is merkwaardig. Eerst
dient er overeenstemming te zijn over de structuur en daarna over de
financiering ervan.
Kant SP: Uit kritiek
op het niet nakomen van de toezeggingen door de minister aan de
huisartsen. Hoewel de invoering van de huisartsenposten begrijpelijk
is geweest heeft de SP er toch problemen mee dat de posten vaak te ver
van de mensen zijn. Zij bepleit een kleinschaligheidstoeslag zodat ook
kleinere huisartsenposten die beter bereikbaar zijn, beschikbaar
komen/blijven.
Welke oorzaken zijn er voor de
verschillende tarieven van de HDSsen? Dit dient eerst duidelijk te
worden voordat de minister met een tariefnorm gaat komen voor ANWD.
Misschien zijn er verschillen in kwaliteit, bereikbaarheid ed. Of
verschil in kosten tussen de diverse HDSsen. De aangekondigde
efficiencykorting voor de HDS moet in elk geval van tafel.
Dat ZV’s aankondigen dat het
POH-projekt wordt gestopt is onbegrijpelijk. Hoe wil de minister dit
probleem oplossen? POH is toch juist ingevoerd om de huisartsenzorg te
ondersteunen?
De SP wil graag een visie op
huisartsenzorg van de minister horen, die is immers noodzakelijk, maar
het belangrijkste op dit moment is het oplossen van een aantal
knellende problemen. De NMa dient daarbij uit de huisartsenzorg te
verdwijnen.
Antwoord Hoogervorst min. VWS
De minister is positief over de huisartsenzorg en tevreden over de
poortwachtersrol van de huisartsen. Ook in het buitenland is men
jaloers op onze huisartsenzorg en neemt men graag bepaalde zaken
hieruit over. Ons systeem is dus ‘trendy’. De Standaarden van de NHG
geven internationale ‘standing’………….
Het inkomen van de huisarts is goed
in Nederland tov. de omringende landen. Alleen Duitsland ligt hoger.
Overigens heeft de minister geconstateerd ”dat ook niemand in de Cie
heeft gesteld dat de inkomens omhoog moesten”.
De zorgvraag neemt toe maar het
aanbod stagneert. Het aantal huisartsen neemt niet af maar wel hun
inzetbnaarheid: er zijn veel meer deeltijdwerkers gekomen. Voor de
overheid is dat een knellend gegeven: tegenover de hoge
opleidingskosten (300.000 euro) staan deeltijdwerkende artsen.
“Wanneer alle deeltijdwerkende huis-artsen voltijds zouden gaan werken
is in een klap alle capaciteitsproblematiek opgelost”. De minister zal
toch nog eens bezien op welke wijze dit gegeven een rol kan spelen bij
het vinden van oplossingen.
De financieringsproblemen in de
huisartsenzorg zijn ingewikkelde van aard en niet efficiënt. Er is
geen prikkel, geen ‘loon naar werken’ motivatie. Dat moet veranderen.
Er is de afgelopen 4 jaar fors
geinvesteerd in de huisartsenzorg.
Oa is de POH ingevoerd. 40 miljoen.
Deze POH wordt niet opgeheven maar ook niet uitgebreid. Oorzaak
daarvan is de matige opbrengst van het EVS (1/10-1/20e van wat begroot
was??) Het aantal opleidingsplaatsen Huisartsgeneeskunde is uitgebreid
van 485 naar 670 in 2004. Het probleem is nu echter dat deze plaatsten
mogelijk niet geheel zullen worden gevuld/benut. Er is een aparte
regeling gekomen voor ANW-diensten met een extra verhoging van het
honorarium in ANWD. Eea heeft geleid tot een stijging van uitgaven
voor huisartsenzorg van 1 naar 1.4 miljard euro.
In de pijplijn zit de invoering van
het eigen risico [ER] dat zal bijdragen aan een verminderde
consultatie (afname van vermijdbare zorg).
De SP en de PvdA laten de minister
weten invoering van een ER in de huisartsen-zorg erg onverstandig te
vinden. De minister refereert aan het zg. Remgeld in België dat een
positieve invloed heeft op het gebriuk van de
gezondheidszorgvoorziening-en waardoor er in België geen wachtlijsten
bestaan.
De minister verwacht winst uit
samenwerking. Oplossingen moeten worden gevonden binnen de beschikbaar
gestelde middelen. Er is immers geen extra geld voor de
huisartsenzorg. Geld komt in dit geval voort uit ‘herschikking’ van
financiële middelen tussen huisartsen onderling.
De efficiencykorting op de HDSsen is
mogelijk o.b.v. de verschillen in kostprijs die tot een factor 4
kunnen verschillen. Het CTG is om een normering van tarieven gevraagd
en ook zal er onderzoek plaatsvinden naar de oorzaak van de
verschillen.
De PvdA bepleit nog eens dat de
minister eerst het onderzoeksresultaat moet afwachten en pas dan met
beleidsmaatregelen moet komen.
De minister meent dat er ihkv de
capaciteitsproblemen, zeer goede resultaten zijn met callcentra. Hij
wordt vanuit de Cie gewezen op de kritische opmerkingen van de
Hoofdinspecteur VG over de kwaliteit van deze zg. callcentra.
Mbt de administratieve overlast bij
het contracteren van zoveel ZV’s stelt de minister dat huisartsen maar
es bij hem langs moeten komen. Hij zal ze dan wel even leren hoe zij
de onderhandelingstijd kunnen verkorten.
De lokale en regionale componenten
dienen volgens de minister beter te worden toegepast door ZV’s en
huisartsen. Volgens hem zijn er financiële middelen bij ZV’s die thans
niet benut worden.
De angst voor de rol van de NMa vindt
de minister overdreven. “De NMA is nog nooit bij iemand (huisarts)
langs geweest”. NMa heeft veel coulance met de beroeps-groep.
In de Tweede Termijn worden er nog
een aantal zaken herhaald en aangescherpt. De minister zegt toe met
een NOTA te komen met zijn visie op de huisartsenbzorg. Of daar dan
ook alles in zal staan tav de financiering weet hij nog niet. Verdere
vragen zullen buiten de vergaderprocedure om behandeld en beantwoord
kunnen worden.
Persoonlijke indruk:
De minister krijgt van de meerderheid
van de Commissie nog veel ruimte en tijd om zijn ernstig gebrek aan
kennis en inzicht over de (huisartsen)zorg bij te spijkeren.
Oplossingen voor actuele problemen worden niet gegeven. Alles zal in
de NOTA worden verduidelijkt…………..dat kost voorlopig niets.
De minister wordt bepaald niet
gehinderd door veel kennis van zaken. Zegt tamelijk dwaze dingen over
deeltijdwerkers, over kortingsmogelijkheden in HDSsen en over de
“winst” door samenwerking. Vandaar dat gezondheidscentra een10% lagere
normstelling kennen tov solistische praktijken en subsidie krijgen……
De problemen met de opgelegde contractonderhandelingen worden
geridiculiseerd
Meer dan de rol van boekhouder zit er
denk ik niet in met Hoogervorst. In werkelijk geen enkel onderwerp,
met geen enkele volzin proef je enige betrokkenheid bij of inzicht in
de Zorg. Zorgkosten zijn schadeposten voor deze minister, voor dit
Kabinet. Goede zorg is goedkope zorg. Het enige referentiekader dat de
heer Hoogervorst kent is het kasboekje: het Budgettaire Kader Zorg.
Dat de minister niet een goede
boekhouder is, blijkt uit het feit dat hij zich niet realiseert dat
bezuinigen of niet investeren in huisartsenzorg volstrekt
contraproduktief uitvalt. De kosten voor de 2e lijn zullen enorm
toenemen. Maar dat is misschien ook te moeilijk om te begrijpen.
Je mag de tuchtende blik van Zalm en
diens hete adem in de nek van de minister vermoeden. Hoogervorst kreeg
maar één missie mee voor het runnen van het VWS departement:
“Beweer maar wat over Zorg en Kosten,
maar blijf onbeweeglijk op je Kas zitten: het enige wat Telt is immers
Geld.”
HANS NOBEL 18.06.2003