HOME

Verslag van het eerste Algemeen Overleg tussen de nieuwe minister van VWS, de heer Hoogervorst, en de Vaste Kamer Cie voor Volksgezondheid d.d. 18 juni 2003  
 

 

Voordat het overleg (in de zaal van de voormalige Tweede Kamer) start, begeleidt mevrouw drs. G.E.M. Tielen, Directeur Curatieve Zorg, minister Hoogervorst van VWS naar onze eigen LHV-voorzitter Bas Vos in het midden van de zaal. Voor een kennelijk eerste kennismaking. Daarbij is ook Dir. Generaal Gezondheidszorg, drs. M.J. van Rijn, aanwezig. Bas Vos wordt o.a. vergezeld door medebestuursleden, Hans van Santen, Anjo Beek en Pam de Soete. Ook LHV-directeur mevr. H. Baasbank en enkele medewerkers geven acte de présence.

De handdruk tussen de robuuste grijze LHV-voorzitter en de veel kleinere gestalte van de jonge minister van VWS, drukt mogelijk een betekenisvolle start uit. De start van een episode waarin de Nederlandse huisartsen door strijdbaarheid, onverzette-lijkheid en professionele overtuigingskracht, de huisartsenzorg voor de toekomst veilig zullen stellen.

Voor het overleg zijn 2 uur gepland. Voorzitter mevr. Erica Terpstra geeft weinig ruimte voor discussie maar leidt het overleg correct als een ‘gezellige’ meet-the minister-conference met als onderwerp: de Huisartsenzorg.

 

Aanwezige kamerleden: Agnes Kant [SP], Evelien Tonkens [Gr.L.], Khadija Arib [PvdA], Bas vd Vlies (SGP/CU), Edith Schippers (VVD) en Siem Buijs (CDA). Woordvoerders van D66 en LPF ontbreken.

 

OVERLEG

 

Tonkens Gr.L: is teleurgesteld over het ontbreken van een beleidsvisie huisartsen-zorg voor de langere termijn, bij de minister. Sturing ontbreekt. In het verleden zijn door het ministerie veel te lage ramingen voor instroom naar de opleidingen gehanteerd. Gr.L. vindt concurrentie tussen huisartsen een “mal idee” dat nergens op slaat. Het wil meer financiële steun, een hogere toeslag voor achterstandswijken. Gemeentelijke overheid moet zich actiever opstellen bij het vestigingsbeleid bijv. door het plannen/aanbieden van geschikte praktijkruimten voor eerstelijnszorg.

Arib PvdA: Ondanks de acties die de huisartsen voerden zijn er eerder meer dan minder problemen gekomen. De hoofdinspecteur VG, de heer Kingma, noemde de huisartsenzorg in zijn recente jaarverslag ‘stuurloos’. Kingma uitte ook kritiek op de bereikbaarheid van de huisarts en op de invoering van 0900 nummers.

Door de te lage instroom wordt een tekort aan huisartsen van 20% voorspeld. Waarom vertrekken er voortijdig huisartsen (net als verloskundigen). Wat doet de minister hieraan? De toegankelijkheid van de HDSsen is vaak onvoldoende: veel bellen en “meer belangstelling voor het verzekeringspasje dan voor je klachten”

Er moeten kwaliteitskriteria komen voor de ANWposten. Er is teveel gesteggel bij ZV’s over de ANWD.

De POH zit in de gevarenzone en Arib wil antwoord op vragen die ze hierover eerder gesteld heeft. “De minister gedraagt zich als een boekhouder die met de botte bijl 20 miljoen euro bezuinigen wil op de HDS. Wat zijn daarvan de gevolgen voor de toegankelijkheid en kwaliteit van zorg in ANW?”

De PvdA pleit voor invoering van Tabaksblat. Het ziet individuele contracten zoals de NMa dat wil niet zitten. Het wil waarborgen voor de toegankelijkheid en kwaliteit van huisartsenzorg, nu en op termijn.

Schippers VVD: Er dient betaalbare en beschikbare huisartsenzorg te zijn. Veel problemen de laatste tijd. Financiering, wetgeving is een lappendeken. Er zijn maatregelen en reparaties vereist. Door uitstel van keuzen in de financiering in het verleden moeten die keuzes nu alsnog worden gemaakt. Welke financiering stelt de minister voor? Deze financiering dient te voldoen aan: flexibiliteit, diversiteit, patient-vriendelijkheid en er dient een motiverende werking van uit te gaan.(?)

Welk pakket maatregelen, welke verantwoordelijkheidsverdeling stelt de minister voor? Hoe wordt knellende regelgeving gesnoeid? Zouden ook de verpleeghuis-artsen geen verwijsfunctie moeten krijgen? Dient de praktijknorm niet te worden aangepast? Kwaliteit en bereikbaarheid van de huisartsenzorg moeten gegarandeerd worden. Het is voor de VVD niet acceptabel dat het tussen partijen afgesproken budget van 68 miljoen euro voor de ANWD in HDS-verband “zomaar kan worden overschreden”. De verantwoordelijkheid hiervoor moet duidelijk gemaakt worden zodat maatregelen mogelijk zijn.

Van der Vlies [SGP/CU]: Er is een integrale beleidsvisie nodig. In de modernisering van de huisartsenzorg dient het belang van de patiënt centraal te staan. Uit de notitie Bouwstenen Zorg in de buurt wordt duidelijk dat het perspectief voor patienten is afgenomen. Toch moet de bereikbaarheid van huisartsenzorg verbeteren. Met name op het platteland is soms sprake van verschraling in de zorg. Kostenbeheersing is daarbij niet het enige dat van belang is. De lokale huisartsenzorg dient hoog op de gemeentelijke agenda te komen staan. Welke oorzaken zijn er voor het hoge aantal deeltijdwerkers in de huisartsenzorg? En waarom worden nieuwe vestigingen opgeschort? Het aantal waarnemers neemt toe en dat is geen goede zaak voor de kwaliteit van de huisartsenzorg. De SGP/CU vraagt aandacht voor herschikking van taken bij een toename van het huisartsentekort.

Buijs CDA: In het verleden zijn veel positieve woorden geuit over de Nederlandse huisartsenzorg. Maar ondertussen is na 2 jaar het advies van de Commissie Tabaks-blat nog steeds niet gerealiseerd. De huidige verbrokkelde honoreringsstructuur van de huisartsenzorg is zeer ongewenst. Buijs bepleit een snelle realisatie van Tabaks-blat: liefst vňňr 1 juli. Hij vindt dat ook de andere toezeggingen uit het verleden dien-en te worden nagekomen: realisatie van de lokale component, compensatie van de gestegen AO-premies ed. Het moet snel, vňňr 2004, duidelijk zijn hoe de huisartsen-zorg zal worden veilig gesteld. Hij bepleit de presentatie van één nota met daarbij het prijskaartje van “Bouwstenen Zorg in de buurt”.

De huidige capaciteitsproblemen in de huisartsenzorg zijn niet alleen een ‘imagopro-bleem’. Werken aan het imago is onvoldoende om het huisartsentekort op te heffen.

Hij pleit voor een nieuw bereikbaarheidscriterium omdat met name ouderen veel problemen hebben met de bereikbaarheid van de zorg. Destijds is het 15 min. criterium bij de huisartsen verdwenen maar binnen de visie op ‘ketenzorg’ dient er een nieuw bereikbaarheidscriterium gedefinieerd te worden.

Apotheekhoudende huisartsen worden in hun bestaan bedreigd doordat kleinschaligheid wordt gestraft en grootschaligheid wordt beloond. Dat is een rare ontwikkeling.

De NMA vereist onderhandeling tussen individuele huisartsen en zorgverzekeraars. Dat is onzin en dat probleem moet worden opgelost. De minister komt met een efficiencykorting voor zorgverleners. En dat terwijl de huisartsen nog wachten op hun inkomensherijking en realisatie van de lokale component. Ook de efficiencykor-ting op HDS is merkwaardig. Eerst dient er overeenstemming te zijn over de structuur en daarna over de financiering ervan.

Kant SP: Uit kritiek op het niet nakomen van de toezeggingen door de minister aan de huisartsen. Hoewel de invoering van de huisartsenposten begrijpelijk is geweest heeft de SP er toch problemen mee dat de posten vaak te ver van de mensen zijn. Zij bepleit een kleinschaligheidstoeslag zodat ook kleinere huisartsenposten die beter bereikbaar zijn, beschikbaar komen/blijven.

Welke oorzaken zijn er voor de verschillende tarieven van de HDSsen? Dit dient eerst duidelijk te worden voordat de minister met een tariefnorm gaat komen voor ANWD. Misschien zijn er verschillen in kwaliteit, bereikbaarheid ed. Of verschil in kosten tussen de diverse HDSsen. De aangekondigde efficiencykorting voor de HDS moet in elk geval van tafel.

Dat ZV’s aankondigen dat het POH-projekt wordt gestopt is onbegrijpelijk. Hoe wil de minister dit probleem oplossen? POH is toch juist ingevoerd om de huisartsenzorg te ondersteunen?

De SP wil graag een visie op huisartsenzorg van de minister horen, die is immers noodzakelijk, maar het belangrijkste op dit moment is het oplossen van een aantal knellende problemen. De NMa dient daarbij uit de huisartsenzorg te verdwijnen.


Antwoord Hoogervorst min. VWS
De minister is positief over de huisartsenzorg en tevreden over de poortwachtersrol van de huisartsen. Ook in het buitenland is men jaloers op onze huisartsenzorg en neemt men graag bepaalde zaken hieruit over. Ons systeem is dus ‘trendy’. De Standaarden van de NHG geven internationale ‘standing’………….

Het inkomen van de huisarts is goed in Nederland tov. de omringende landen. Alleen Duitsland ligt hoger. Overigens heeft de minister geconstateerd ”dat ook niemand in de Cie heeft gesteld dat de inkomens omhoog moesten”.

De zorgvraag neemt toe maar het aanbod stagneert. Het aantal huisartsen neemt niet af maar wel hun inzetbnaarheid: er zijn veel meer deeltijdwerkers gekomen. Voor de overheid is dat een knellend gegeven: tegenover de hoge opleidingskosten (300.000 euro) staan deeltijdwerkende artsen. “Wanneer alle deeltijdwerkende huis-artsen voltijds zouden gaan werken is in een klap alle capaciteitsproblematiek opgelost”. De minister zal toch nog eens bezien op welke wijze dit gegeven een rol kan spelen bij het vinden van oplossingen.

De financieringsproblemen in de huisartsenzorg zijn ingewikkelde van aard en niet efficiënt. Er is geen prikkel, geen ‘loon naar werken’ motivatie. Dat moet veranderen.

Er is de afgelopen 4 jaar fors geinvesteerd in de huisartsenzorg.

Oa is de POH ingevoerd. 40 miljoen. Deze POH wordt niet opgeheven maar ook niet uitgebreid. Oorzaak daarvan is de matige opbrengst van het EVS (1/10-1/20e van wat begroot was??) Het aantal opleidingsplaatsen Huisartsgeneeskunde is uitgebreid van 485 naar 670 in 2004. Het probleem is nu echter dat deze plaatsten mogelijk niet geheel zullen worden gevuld/benut. Er is een aparte regeling gekomen voor ANW-diensten met een extra verhoging van het honorarium in ANWD. Eea heeft geleid tot een stijging van uitgaven voor huisartsenzorg van 1 naar 1.4 miljard euro.

In de pijplijn zit de invoering van het eigen risico [ER] dat zal bijdragen aan een verminderde consultatie (afname van vermijdbare zorg).

De SP en de PvdA laten de minister weten invoering van een ER in de huisartsen-zorg erg onverstandig te vinden. De minister refereert aan het zg. Remgeld in België dat een positieve invloed heeft op het gebriuk van de gezondheidszorgvoorziening-en waardoor er in België geen wachtlijsten bestaan.

De minister verwacht winst uit samenwerking. Oplossingen moeten worden gevonden binnen de beschikbaar gestelde middelen. Er is immers geen extra geld voor de huisartsenzorg. Geld komt in dit geval voort uit ‘herschikking’ van financiële middelen tussen huisartsen onderling.

De efficiencykorting op de HDSsen is mogelijk o.b.v. de verschillen in kostprijs die tot een factor 4 kunnen verschillen. Het CTG is om een normering van tarieven gevraagd en ook zal er onderzoek plaatsvinden naar de oorzaak van de verschillen.

De PvdA bepleit nog eens dat de minister eerst het onderzoeksresultaat moet afwachten en pas dan met beleidsmaatregelen moet komen.

De minister meent dat er ihkv de capaciteitsproblemen, zeer goede resultaten zijn met callcentra. Hij wordt vanuit de Cie gewezen op de kritische opmerkingen van de Hoofdinspecteur VG over de kwaliteit van deze zg. callcentra.

Mbt de administratieve overlast bij het contracteren van zoveel ZV’s stelt de minister dat huisartsen maar es bij hem langs moeten komen. Hij zal ze dan wel even leren hoe zij de onderhandelingstijd kunnen verkorten.

De lokale en regionale componenten dienen volgens de minister beter te worden toegepast door ZV’s en huisartsen. Volgens hem zijn er financiële middelen bij ZV’s die thans niet benut worden.

De angst voor de rol van de NMa vindt de minister overdreven. “De NMA is nog nooit bij iemand (huisarts) langs geweest”. NMa heeft veel coulance met de beroeps-groep.

In de Tweede Termijn worden er nog een aantal zaken herhaald en aangescherpt. De minister zegt toe met een NOTA te komen met zijn visie op de huisartsenbzorg. Of daar dan ook alles in zal staan tav de financiering weet hij nog niet. Verdere vragen zullen buiten de vergaderprocedure om behandeld en beantwoord kunnen worden.

Persoonlijke indruk:

De minister krijgt van de meerderheid van de Commissie nog veel ruimte en tijd om zijn ernstig gebrek aan kennis en inzicht over de (huisartsen)zorg bij te spijkeren. Oplossingen voor actuele problemen worden niet gegeven. Alles zal in de NOTA worden verduidelijkt…………..dat kost voorlopig niets.

De minister wordt bepaald niet gehinderd door veel kennis van zaken. Zegt tamelijk dwaze dingen over deeltijdwerkers, over kortingsmogelijkheden in HDSsen en over de “winst” door samenwerking. Vandaar dat gezondheidscentra een10% lagere normstelling kennen tov solistische praktijken en subsidie krijgen…… De problemen met de opgelegde contractonderhandelingen worden geridiculiseerd

Meer dan de rol van boekhouder zit er denk ik niet in met Hoogervorst. In werkelijk geen enkel onderwerp, met geen enkele volzin proef je enige betrokkenheid bij of inzicht in de Zorg. Zorgkosten zijn schadeposten voor deze minister, voor dit Kabinet. Goede zorg is goedkope zorg. Het enige referentiekader dat de heer Hoogervorst kent is het kasboekje: het Budgettaire Kader Zorg.

Dat de minister niet een goede boekhouder is, blijkt uit het feit dat hij zich niet realiseert dat bezuinigen of niet investeren in huisartsenzorg volstrekt contraproduktief uitvalt. De kosten voor de 2e lijn zullen enorm toenemen. Maar dat is misschien ook te moeilijk om te begrijpen.

Je mag de tuchtende blik van Zalm en diens hete adem in de nek van de minister vermoeden. Hoogervorst kreeg maar één missie mee voor het runnen van het VWS departement:

“Beweer maar wat over Zorg en Kosten, maar blijf onbeweeglijk op je Kas zitten: het enige wat Telt is immers Geld.”

HANS NOBEL 18.06.2003

 
juni 2003 enne bouma