|
hûsbled |
Voorstel
financieringsmodel huisartsenzorg 1 eerstelijns zorg
De auteurs
van Duren en Niesink hebben namens ZN een voorstel gedaan met betrekking tot
de financiering van huisartsenzorg, c.q. de hele eerste lijn.(zie boven 1.).
Dit voorstel van ZN zal na een interne screening aan het Kabinet worden
voorgelegd ter goedkeuring. Het voorstel heeft volgens ZN de volgende
kenmerken:
- een macroneutrale
invoering, wat betekent dat niets extra’s mag en zal kosten.
- een volledig
verrichtingensysteem tegen geheel nieuwe en lagere tarieven.
- introductie van een
lokale variabele opslag.
- vervallen van een aantal
tarieven: POH, achterstandsfonds, apotheekhoudend.
- fulltime werkend
huisarts krijgt zo 100% het honorarium en 60% van zijn kosten.
- overige 40%
kostenvergoeding via de lokale variabele opslag, mits kosten aangetoond.
- introductie van een
praktijkplan (criteria daarvoor mogelijk op te stellen door
zorgverzekeraar).
- heeft als voordeel een
goed inzicht in de productie van de huisarts.
- geeft een financiële
prikkel voor huisarts met zorgverzekeraar een contract aan te gaan.
- door hogere productie en
betere organisatie wordt NONI probleem opgeheven, tevens door het
vervallen van inschrijving op naam.
- betere sturing van het
werk van huisartsen door ZN mogelijk via benchmarking, kwaliteit- en
volumeafspraken.
- dezelfde
financieringsstructuur geldt voor de hele eerste lijn, dat versnelt de
modernisering.
- een decentrale
financiering van de ondersteuningsstructuur.
- effectuering van het
voorstel al per 1 januari 2004.
- de LHV wordt in juli
2003 geïnformeerd over het besluit van het financieringsvoorstel.
- van eminent belang is
het feit dit voorstel op de juiste wijze te promoten ...
- de verwachting van ZN is
dat huisartsen negatief over het model worden voorgelicht.
- al vroegtijdig zal ZN in
diverse gremia al met huisartsen gaan praten ...
- veel belang wordt
gehecht aan een "publieksvriendelijke versie"
van het voorstel zowel voor het publiek als voor de Tweede Kamer.
DVH-commentaar:
Na de huisartsenopstand in de RAI in
december 2000 wilden huisartsen een nieuwe financieringsstructuur van hun
zorg. Immers de praktijkkostenvergoeding dateerde van 1987 en het inkomen
was sinds 1983 niet meer herijkt. In het dagelijks werk ondervonden
huisartsen een toenemende werkdruk en werklast, zonder dat dit financieel
werd gecompenseerd. Minister Borst benoemde de commissie Tabaksblat en deze
onafhankelijke staatscommissie rapporteerde in april 2001 haar eindrapport.
Huisartsen vonden hun eisen rechtvaardig gezien de uitkomst van het
kostenrapport Deloitte&Touche en gezien het aangetoonde werk. Dit laatste
heeft geresulteerd in 55-urige werkweken, exclusief het ANW werk. Frank
Gunneweg toonde in 2001 al aan dat huisartsen in de ziekenfondssector tussen
1987 en 1998 uitkwamen op een werklaststijging van 53%. Dit op basis van een
gestegen consultfrequentie en een gestegen consultduur. In heel deze tijd
vond er geen aanpassing plaats van het tarief. Het verband tussen de
zorgkosten en de kostenvergoeding is geheel verloren gegaan. Dit uit zich
ook in de tariefformule van het CTG. Daar waar huisartsen zich laten uit
betalen voor 3,7 contacteenheden per patiënt per jaar (3,7x2350=8707), daar
heeft het LINH (al) berekent dat in werkelijkheid dit getal 6,3 is
(6,3x2350=14.805). De commissie Tabaksblat heeft erkend dat de huisartsen
dringend een nieuwe financieringsstructuur nodig hebben. Zij komen uit op
betaling van de werkelijke kosten aan de kostenkant en een abonnement voor
beschikbaarheid in combinatie met een 'loon-naar-werken'
verrichtingensysteem aan de inkomenskant. De commissie stelde verder een
goedgekeurd bedrijfsplan als voorwaarde en heeft verder voorgesteld de
huisartsenzorg buiten de WTG te plaatsen, want het "gaat maar om enkele
procenten ...", zo zei dhr. Tabaksblat. Na april 2001 is het 2 jaar stil
geweest in Den Haag. CTG voorstellen met betrekking tot de lokale
kostencomponent, de compensatie AOV 2001 e.v. en de inkomensherijking vonden
bij de minister, die tevens het CTG deze opdracht had gegeven, in verband
met gebrek aan financiering geen weerklank. Tezamen ging dit dus om 213
miljoen euro financieringsachterstand. In plaats van invoering van deze 213
miljoen komt de vorige (demissionaire) minister de Geus op 17 april 2003 met
het voorstel "dat er gewerkt wordt aan een
aanwijzing aan het CTG om het complexe financieringssysteem van de
huisartsenzorg te vereenvoudigen" (zie boven 2.). Wel nu, zie hier het
resultaat van ZN. Huisartsen hebben 2 jaar gewacht om te kunnen
Tabaksblatten en hadden met dit rapport in handen weer uitzicht op een
fatsoenlijke kostenvergoeding en inkomen wat wel past bij loon naar werken.
Er zijn meerdere onacceptabele aspecten aan invoering van dit model:
-
het aangetoonde meerwerk is nog nooit
betaald sinds 1987 en zal ook niet betaald gaan worden indien wordt
volgehouden aan een macroneutrale invoering. Een ieder met een normaal
verstand begrijpt dat meer zorg, meer geld kost. Invoering van dit model
zal betekenen dat op basis van de LINH/CTG cijfers 2,6 contacteenheid per
patiënt per jaar niet wordt betaald. ZN weet dat ook gezien hun opmerking,
dat "het nieuwe consulttarief met grote
waarschijnlijkheid lager zal uitvallen dan het huidige particuliere
tarief". Sterker nog, hoe hoger het aantal door huisartsen aangetoonde
contacteenheden, hoe lager zal ZN, op advies van het CTG, met het
consulttarief beginnen. Dit alles om de operatie toch maar macroneutraal
te kunnen laten starten.
-
Het gaat bij continueren van fatsoenlijke
zorg niet om wat de huisarts nu uitgeeft aan kosten om zorg te kunnen
geven. Maar om wat dergelijke zorg zal gaan kosten in de toekomst. Wat
zullen de kosten zijn van de uitgestelde investeringen van de afgelopen
jaren? Wie gaat daar voor boeten? Wat is de werkelijke kostprijs van zorg?
Dat dit aspect door alle partijen nauwelijks serieus is genomen de laatste
20 jaar, wil niet zeggen dat het niet belangrijk is! Zo lang de werkelijke
kostprijs niet vastligt, zal geen enkele financieringsstructuur
functioneren.
-
Dit voorstel gaat voorbij aan alle
openstaande rekeningen uit het verleden en men kiest er voor om op basis
van kostenneutraliteit iedere discussie over het werkelijke kostenniveau
uit de weg te gaan. De kerstboom van onze financieringsstructuur wordt
niet veel simpeler. Het belangrijkste verschil is dat de ballen er straks
worden in gehangen door de locale zorgverzekeraar. En zijn die daar wel
competent voor?
-
Het buiten spel zetten van de LHV bij het
opzetten van een financieringsstructuur voor huisartsen is lafhartig en
onacceptabel; het is niet minder dan een bewuste en regelrechte aanval op
de officiële vertegenwoordigers van de beroepsgroep huisartsen. Dus ook op
de huisartsen zelf. Maar is wel geheel conform de insteek van ZN de
laatste jaren:
-
was het dhr. Wiegel zelf niet die het
hoofdlijnenakkoord opblies in februari 2001?
-
was het het CVZ zelf niet dat dringend
heeft aangedrongen om de "verre verzekerden
problematiek en contracteringsproblematiek" aan te pakken met het
invoeren van de (werkelijke) Tabaksblatbeginselen? Waar is het CVZ nu?
-
was het datzelfde CVZ niet dat de ZFW
"aanpaste" zodat ook de zorgverzekeraars
zelf de uitvoering van huisartsenzorg op zich konden nemen?
-
waren het niet de topguys van ZN, die
meenden de LHV als "het Kremlin" te
moeten betitelen, daar waar zij (ook nu weer) aantonen zelf de enige
echte monopolist te zijn?
ZN moet beseffen dat de LHV de moeder en
de hoeder is van alle huisartsen. De LHV is onze enige echte democratische
beroepsvereniging. De LHV nu buiten spel zetten en dan straks rekenen op
commitment? Een grenzeloze naïviteit… Huisartsen zullen niet met een door
ZN/ZV opgelegd financieringsmodel gaan werken. Dus wijzer is het inderdaad
om vooraf te gaan praten, als je als ZN tenminste serieus genomen wilt
worden.
-
Van dit voorstel zou een financiële prikkel
uitgaan om contracten te gaan tekenen ... Waar dit optimisme op is
gebaseerd, is onduidelijk. Een contract zal alleen getekend worden, als
met de ingevulde en geaccepteerde randvoorwaarden evidence based zorg kan
worden uitgevoerd. De schrijvers van dit voorstel zijn verder blijkbaar
vergeten dat de zorgverzekeraars ook de
"verplichting" hebben om tot contractuele afspraken te komen.
Conclusie:
Introductie van deze nieuwe
financieringsstructuur van huisartsenzorg heeft niets meer te maken met het
eindrapport van de cie. Tabaksblat. Daar waar deze commissie fungeerde als
een onafhankelijke staatscommissie, waar ook de LHV als belanghebbende
niet in participeerde, daar komt ZN met een
eigen structuur: zij meent het beter te weten! Terwijl Tabaksblat voorstelt
de huisartsenzorg buiten de WTG te plaatsen, moet het ZN financieringsmodel
macroneutraal worden ingevoerd. Meerwerk niet betalen betekent dat
huisartsen het zelf betalen. Met een norminzet haalde de huisarts de
afgelopen jaren zeker niet meer het norminkomen. Het norminkomen werd pas
gehaald met veel meer arbeidstijd en inzet. Met de nieuwe plannetjes van ZN
wordt zonder overleg met de beroepsgroep een nieuw ijkpunt bedacht voor een
norminzet. En dat in een tijd dat 83% van de huisartsen problemen heeft met
de huidige, deels niet gehonoreerde, werktijden. Dit plan van ZN is een
kansloos plan. Het doet in deze vorm het ergste vrezen. Zijn de
zorgverzekeraars wel competent en capabel om een verantwoordelijke en dus
serieuze regierol in de zorg op zich te kunnen nemen? Ten aanzien van de
huisartsenzorg in Nederland zijn zij met hun financieringsplannen in elk
geval gezakt voor hun examen. |