Hûsbled

29-06-04

 

Langs de eerste lijn

Vandaag het rapport van de NPCF gelezen.
'Langs de eerste lijn', heet het.

Het is een onderzoek gedaan door het AZG, recent nog in het nieuws omdat het de beste werkgever is.
Zijn er opvallende conclusies te lezen in het rapport?
Nou nee niet direct.

  • Er is enerzijds grote eensgezindheid en anderzijds zijn er grote verschillen. De zorgverlener moet oog hebben voor de diversiteit aan patiënten en moet zich aanpassen aan de verwachtingen van de patiënt.
    Met andere woorden er komt veel mensenkennis en vaardigheid aan te pas.
  • De patiënt kan goed meedenken en moet in zijn zelfstandigheid gestimuleerd worden, hij wil resultaat van zorg en niet verzorg worden.
    Met andere woorden hij is een partner in het zorg proces.
  • De eerste lijn moet voor iedereen toegankelijk blijven, ook voor de zwakkeren.
  • Patiënten willen graag één coördinator in de zorg.
    Ik heb al vaker gepleit voor één loket voor de patiënt; via dat ene loket krijgt hij de meest adequate zorg. De huisarts zou zich op kunnen werpen als coördinator, maar dit hoeft niet beslist een arts te zijn. ik kan me voorstellen dat anderen hier ook een toekomst zien.
  • Patiënten hebben een grote behoefte aan informatie over eigen gezondheid en de eerstelijnszorg. Bovendien willen ze graag keuzemogelijkheden. Kiezen kan pas als je voldoende informatie hebt.
    De zorgverlener zal daaraan bij moeten dragen, hij zal de patiënt voldoende moeten informeren, of over voldoende informatie moeten laten beschikken. Internet is één van de moderne media die daar een rol in kan spelen.
     
  • Ouderen hebben vooral behoefte aan één aanspreekpunt en extra zorg voor risicogroepen.
    Dit is heel begrijpelijk.
  • Ouderen oordelen over de zorg over het algemeen positiever dan jongeren.
  • Chronisch zieken willen ook graag één aanspreekpunt; zij hebben in de praktijk vaak met meerdere hulpverleners te maken. Continuïteit is erg belangrijk.
    Ze oordelen over het algemeen positief over de huisarts.
  • Vrouwen vinden omkijken naar risicogroepen belangrijk, vinden zorg buiten kantooruren minder belangrijk en zien eerstelijnszorg niet alleen als momentopname, maar verwachten zorg op een breder vlak. Zij oordelen duidelijk positiever over de zorgverleners dan de mannen. Zij lijken meer vertrouwen te hebben in de zorg die ze krijgen.

Ik denk dat het meeste van bovenstaande wel bekend was, of vermoed werd. toch is het goed als eerstelijnswerker dit nog weer 's zwart op wit te zien staan en te beseffen dat de zaken inderdaad zo liggen.
Het mooiste is te proberen dit te vertalen in praktische zaken, zodat de praktijkvoering zo veel mogelijk overeenkomt met de wensen.
Patiënten willen niet zozeer verzorgd worden maar willen een zorg met resultaat: een efficiënte en effectieve zorg.
De zorg zal zich in moeten zetten voor dat doel: zij zal haar structuur zo aan moeten passen dat dit bereikt wordt.

"Beter voor elkaar"

Deiboek  

juni

 
|