| Hûsbled |
20 april 2004 |
|
Tweede Nationale Studie naar
ziekten en verrichtingen in de huisartspraktijk Conclusie en beschouwing De verwachtingen van baat van huisartsenzorg bij niet-ernstige alledaagse aandoeningen zijn in de loop van de afgelopen 15 jaar afgenomen, maar niet voor elke patiënt en bij elke klacht in een zelfde mate. Waarom verwachten patiënten minder van huisartsenzorg dan 15 jaar geleden? Hebben zij een meer realistische kijk gekregen op dat wat de huisarts kan bieden? Mogelijk, want huisartsen voeren al jaren een actief voorlichtingsbeleid over zelfzorg bij alledaagse klachten, onder andere via NHG-patiëntinformatie folders. Waarschijnlijk spelen ook de huidige toegankelijkheid van informatie over medische kennis en medisch handelen via internet en veranderingen in het verstrekkingenpakket een rol in de veranderde verwachtingen. Geneesmiddelen die kortdurend worden gebruikt voor niet-chronische indicaties (zelfzorgmiddelen) worden sinds 1 september 1999 niet meer vergoed. (Biermans 2000) Een aantal effectieve koorts- en pijnwerende middelen en maagzuurremmers zijn nu zonder recept verkrijgbaar. Dit alles draagt bij aan zelfzorg in geval van alledaagse klachten.
Hogere verwachtingen over het nut van
huisartsenzorg worden gevonden bij de items over
diarree,
maagklachten,
nervositeit of een
pijnlijke nek of schouder. Men vindt het vaker zinvol om
hiervoor naar de huisarts te gaan. Mogelijk gaat het hier tevens om klachten
met een grotere ziektelast, of om klachten waarvoor minder makkelijk
passende informatie wordt gevonden op het internet, of is het assortiment
zelfzorgmiddelen voor dergelijke klachten minder eenduidig. De lagere
verwachtingen van baat van huisartsenzorg zijn met name duidelijk bij
klachten van de bovenste luchtwegen, zoals
verkoudheid,
keelpijn,
hoofdpijn,
griep. |
|
| Deiboek | |